23 juni 2009

Aflevering 062: Financiële problemen

We komen even terug op aflevering 044, waarin we de figuur van Fréderic Faber, eerste echtgenoot van Marie Théresia Ablay, toelichtten. We meldden dat hij, bij zijn overlijden in 1884, zijn vrouw en dochter met een financiële kater achterliet. Door dit zo te stellen, hebben we geen enkel idee betreffende de omvang van dit probleem en ook al is het na meer dan 120 jaar niet zo evident, toch zal het hanteren van cijfers een iets duidelijker beeld scheppen. We konden achterhalen dat hij bij zijn overlijden 37.931 frank hypothecaire schulden naliet. Hier bovenop komen nog andere schulden waarvan het bedrag tenminste 50.000 frank moet bedragen hebben. Als we weten dat Alidor Henri met een goed betaalde betrekking tussen de 10.000 frank en 12.000 frank jaarwedde had, dan begrijp je onmiddellijk dat een huizenhoog probleem zich aanbood. Het feit dat we hier zo diep ingaan op deze materie, heeft niets te maken met sensatiezucht. Het zal ons helpen het hierna volgende beter te begrijpen en ik ben ervan overtuigd dat de betrokkenen met deze werkwijze zouden ingestemd hebben.

Hoe was het zover kunnen komen? Fréderic Faber had als bediende bij de Raad van Mijnen gewerkt en trok sinds 1872 een pensioen van zijn ouders (zoals dat in die dagen meer het geval was). Of hij een extravagante levensstijl had, wordt door sommigen betwijfeld. Volgens hen zou hij een eenvoudig man geweest zijn die enkel kosten maakte door de aankoop van boeken en de uitgifte van de door hem geschreven encyclopedie. Op basis van de gegevens verstrekt door de weduwe Faber (nadien Mevr. Joniaux-Ablay) moet echter geconcludeerd worden dat de gehele verantwoordelijkheid voor het tekort bij haar eerste man lag. Mogelijks ligt de waarheid ergens in het midden.

Het passief van de gemeenschap kon niet gedekt worden door de verkoop van onroerende goederen van de overledene. De prijs hiervan bleek nauwelijks voldoende om de hypothecaire schulden in te lossen. Ook de som van 28.454 frank die dochter Jeanne Faber erfde van haar vader kon hierbij niet baten.

Maria Théresia had, zoals wettelijk toegestaan, de gemeenschap tussen beiden laten varen (zoiets als een persoonlijk faillissement), maar toch nam zij een aantal betalingen voor haar rekening. Hierbij dient wel vermeld dat zij enerzijds een regeling kon treffen waarbij zij de helft van de erfenis die haar dochter Jeanne van haar grootouders zou gaan trekken, naar zichzelf kon toeschuiven. Anderzijds werden een aantal rekeningen vereffend door een nieuwe lening die zij en haar nieuwe echtgenoot Alidor Henri Joniaux aangingen ten belope van 25.000 frank; een lening waarbij Mevr. Meskens, schoonmoeder van haar broer Alfred Ablay (zie relatiediagram) borg stond.

Zoals te verwachten sloeg moeder Faber (geboren rond 1810) met toenemende woede de afloop van deze zaken gade. Het gedrag van haar voormalige schoondochter stond haar alles behalve aan. Maar zelfs toen haar zoon Fréderic nog leefde, had ze tegen wie het wilde horen, haar ongenoegen over Maria Théresia Ablay geuit. In het begin van hun huwelijk hadden schoondochter en zoon nog bij haar ingewoond, maar de karakters lagen zo ver uit elkaar, dat deze toestand onhoudbaar bleek. Maar ook daarna bleef het gedrag van de schoondochter een doorn in het oog. Hoe haalde ze het in haar hoofd om voor een weduwnaar met drie kinderen feesten te organiseren in haar eigen huis, terwijl (in die tijd) haar man Fréderic nog leefde? Je hoefde niet paranoïde te zijn om daar iets achter te zoeken. Ja, Aldior Henri zou voor deze feesten weliswaar betaald hebben, maar zat hijzelf er dan zo warmpjes in?

Meer hierover in ons volgend bericht.