Mathijs Joseph en Helena vonden in het straatje bij de molen een zeer bescheiden huurwoning (eigenlijk waren het maar enkele kamers) Al snel werd het huisje dichtbevolkt want op 28 mei 1950 werd Maria T.I.G. Joniaux geboren in de kraamkliniek van Lommel. Toen Helena huwde had haar godvruchtige katholieke vader, Jan Bastiaens, haar op het hart gedrukt dat ze het eerstgeboren meisje “Maria” moest noemen en haar eerstgeboren zoon “Jozef”. Om deze wens te vervullen kreeg alvast het eerste meisje de naam Maria. Goed veertien maanden later, op 6 augustus 1951, zag haar zusje Sybille M.G.J. Joniaux het levenslicht. Zij werd genoemd naar haar grootmoeder. Wanneer er nog enkele andere kinderen uit de familie daar tijdelijk opgevangen werden, was het een hele drukte. Op 8 februari 1956 kon men de geboorte van een derde meisje melden: Marcellina J.M.G. Joniaux. Reeds drie meisjes, maar nog steeds geen zoon…
Het leven in dit dorp was vrij ongewoon. Tussen de inwoners bestonden weinig natuurlijk gegroeide familiebanden. De gezinnen van de militairen kwamen immers vanuit het ganse land hier bij elkaar en het was voor het jonge gezin echt wel wennen. Zij kwamen uit een dorp waar iedereen iedereen kende, terwijl hier vaak je buurman een vreemde was. Toch had dit leven ook wel zijn voordelen. De rijkswachters konden voor een luttel bedrag naar de bioscoop, een ongekende luxe. Als je “militairen” zegt, dan zeg je ook “cafés” en inderdaad telde Leopoldsburg talrijke drankgelegenheden, de één al wat netter dan de andere. En ja hoor, ook hier probeerde het koppel af en toe eens te ontspannen bij een trappistje. De boog kan niet altijd gespannen staan.
Toch kunnen we niet zeggen dat Mathijs Joseph en Helena zich écht thuis voelden in Leopoldsburg en toen de melding kwam dat Mathijs in augustus 1957 zou overgeplaatst worden naar Hamont,een stadje tegen de Nederlandse grens, keek men hoopvol uit naar deze nieuwe locatie.





