In het verre België, en met name in Waals Brabant, had Jean Baptiste Joniaux vol spanning zitten wachten op de eerste berichten van zijn streekgenoten die in 1853 vertrokken waren naar Noord Amerika om daar een nieuw leven te beginnen. En de berichten, vaak behoorlijk positief gekleurd, kwamen er en werden van mond tot mond doorgegeven. De eerste pioniers hadden hun doel bereikt en spoorden de achterblijvers aan om zelf ook de grote stap te wagen. Jean Baptiste en zijn echtgenote Anne Josephine hadden intussen hun derde kind gekregen en de economische toestand in Europa werd er niet beter op. Zelfs de grote steden zoals Londen hadden te lijden van hallucinante epidemies van cholera, een ziekte waarvan men op dat ogenblik de oorzaak nog niet van kende. “Slechte lucht”, zo werd gezegd. Die lucht zou in Amerika vast gezonder zijn.
En toen hakten ze de knoop door. Ook zij zouden vertrekken. Natuurlijk ging dit gepaard met gemengde gevoelens. Jean Baptistes ouders (Jean François Joniaux °1792 en Marie Cathérine Blanpain °1796) leefden beiden nog. Waarschijnlijk zouden zij hen nooit meer weerzien. Ook Jean Baptistes zussen Rosalie, Marie Florence en Anasthasie zouden ze moeten achterlaten. Maar dit afscheid zou misschien niet voorgoed zijn, want ook zij twijfelden om de grote stap te zetten. In elk geval ondernam Jean Baptiste de nodige administratieve stappen en het grote avontuur kon beginnen.
In de eerste plaats kreeg hij een document dat door de minister van Buitenlandse Zaken in naam van de Koning der Belgen op 10 mei 1856 was uitgereikt. Dit document “verplichtte” iedereen die het te lezen kreeg, de drager ervan (in dit geval Jean Baptiste) met alle beschikbare middelen te helpen en hem niets in de weg te leggen. Zo een geloofsbrief moet de emigranten wel aangesproken hebben want wie zou er durven in opstand komen tegen de Koning der Belgen? Nu, aan de andere kant van de wereld had die “fameuze” Koning der Belgen niets te zeggen en het valt te betwijfelen of men er ooit enig voordeel mee kon halen. Als je ooit de kans krijgt de verhalen van Winnetou en Old Shaterhand, geschreven door Karl May, die zich afspelen tussen 1870 en 1880 te lezen, dan zal je zien dat minder eerlijke, reeds gesettelde immigranten en indianen lachten om dat stukje papier. Voor je het wist waaiden de stukgescheurde snippers met de woestijnwind mee en enige tellen later hing je scalp aan de gordel van zo’n onguur heerschap.
Maar Jean Baptiste had waarschijnlijk nog nooit van Karl May gehoord. De trotste bezitter van dit belangrijke document, koesterde het met de grootste zorg. Na hem deden dat zijn nakomelingen, want Jean Joniaux vond het in 1981 terug in Casco (Wisconsin VS). Een kopie ervan kan je digitaal bekijken op Joniaux Saga Documents bij de naam Jean Baptiste Joniaux.
Om deze geloofsbrief een persoonlijk tintje te geven werd de persoonbeschrijving van de eigenaar erop vermeld. Voor hen die de Franse taal niet kunnen lezen volgt hier het signalement van Jean Baptiste Joniaux in 1856:
Leeftijd: 40 jaar
Haren: bruin
Wenkbrauwen: id.
Ogen: grijs
Voorhoofd: klein
Neus: gemiddeld (nvdr: dus niet de scherpe, enigszins scheve neus zoals bij menig Joniaux op de welkomsfoto van de blog)
Mond: gemiddeld
Kin: rond
Gezicht: id.
Baard: bruin
Lichaamslengte: 1 meter 67 centimeter.
Het document was ondertekend door Jean Baptiste en was geldig voor de periode van één jaar...