18 juni 2009

Aflevering 032: Het Beloofde Land

We zijn de afgelopen weken aan het grasduinen geweest in Joniauxstamboomtakken in België en we hebben de basis gelegd voor het verhaal van Carlos Joniaux die rond de eeuwwisseling 19de-20ste eeuw emigreerde naar Zuid-Amerika. Eerder hadden we een aanvang gemaakt met de exploratie van naamgenoten die naar Noord-Amerika vertrokken in het midden van de 19de eeuw. De economische toestand in België was dermate slecht dat ganse dorpen leegliepen en de inwoners ervan beproefden hun geluk in de Nieuwe Wereld. Zo ook de 180 passagiers op de Quinnebaug die op 17 mei 1853 afvoer richting New York. Ongeveer de helft van hen was afkomstig uit de regio Grez-Doiceau in Waals Brabant. Jean Baptiste Joniaux moet hun avontuur zo goed mogelijk opgevolgd hebben, want ook hij speelde met het idee te emigreren en een nieuw bestaan op te bouwen. Wil je je geheugen een beetje opfrissen, dan herlees je best nog eens de afleveringen van 26 februari en 1 maart.

Na een lange tocht vol ontberingen - de 5 maanden oude Jean François Maricq overleed onderweg - meerde de driemaster op 6 juli aan in New York. Tijdens de bijna 2 maanden durende zeereis – er werd gevaren met zeilschepen - had men besloten om naar Wisconsin te trekken. Dit staat was immers de hemel in geprezen in een Belgische propagandagids uitgegeven door J.F. Thielens. Deze was familie van de kapitein van de haven van Antwerpen, inspecteur bij de emigratiedienst en tegelijkertijd kabinetssecretaris van de gouverneur van Antwerpen. Thielens organiseerde de emigratie van landlopers, (ex-)gedetineerden en armen en had het monopolie ervan toevertrouwd aan de beruchte emigrantenwerver Adolf Strauss. De door hem uitgegeven brochure “Guide et conseiller de l’émigrant” spreekt van “een gezond klimaat… dat zelfs zachter is dan dat van de staat New York… Het ganse landschap lijkt er op een uitgestrekt Europees park… dat naar Europese normen onvoorstelbaar vruchtbaar is…” Men spiegelde de onwetende immigranten met andere woorden een luilekkerland voor. Thielens (met behulp van zijn kompaan Strauss) probeerde de emigrantenstroom naar het grotendeels ongerepte Wisconsin te kanaliseren omdat hij wist dat de Waals-Brabantse armoezaaiers niet de middelen hadden om zich grond te veroorloven in sommige oudere en meer ontwikkelde staten. Op de scheepslijst kunnen we zien dat de Belgische pioniers bestonden uit boeren, steenkappers, schrijnwerkers, enz.

Zonder vaste bestemming en oningelicht trokken 8 van de 10 Waals-Brabantse families (het gezin Pâques bleef enkele maanden in Philadelphia, dat van Xavier Martin bleef er zelfs vier jaar totdat hij het Engels onder de knie had) dus naar het noordoosten van Wisconsin via de traditionele route (zie hiervoor de kaart van het noorden van de VS). Deze ging over de Hudson rivier en het Erie kanaal met boten tot het Erie Meer. Na de oversteek hiervan ging het naar Detroit waar ze de trein konden nemen naar St. Joseph aan de oostelijke oever van het Michigan Meer. Daar konden ze het veer nemen naar Milwaukee waar ze aankwamen tegen eind juli 1853. De Waalstaligen volgden hun Nederlandstalige schipgenoten tot de streek van Sheboygan. Daar begon het tot hen door te dringen dat de Nederlandstaligen zich inmiddels de beste gronden reeds hadden toegeëigend en de taalbarrière bleek een ernstig probleem te zijn.

Wat nu gedaan?