De huisgezinnen Gaspard-Joniaux en Gilson-Joniaux (familiesdiagrammen in vorige aflevering) vestigden zich in Red River Township, Kewaunee County, Wisconsin. Marie Cathérine werd al snel “Katie” genoemd. Spijtig genoeg heeft men haar niet lang met deze naam kunnen aanspreken. 1871 zou voor heel Wisconsin een desastreus jaar worden en ook voor Katie bleek het gevecht met de natuur uitgevochten te worden met ongelijke wapens. Zij werd op 8 maart 1871 (onder ons onbekende omstandigheden) doodgevroren aangetroffen.
Datzelfde jaar 1871 waren de klimatologische omstandigheden bijzonder extreem. De hele zomer was droog en warm geweest en op vele plaatsen ontstonden kleine branden, veelal door menselijke activiteiten. Bossen werden ontgonnen door gebruik te maken van vuur. De stoomtreinen bliezen vaak gensters de lucht in die de droge vegetatie gemakkelijk deden ontvlammen. Zaagsel van de vele molens en bij huizenbouw bleek ook nogal eens vuur te vatten. Kortom, er waren zoveel kleine brandjes dat er tegen het eind van september 1871 zoveel rook hing dat de schepen in de baai hun misthoorn dienden te gebruiken. Het werd overdag niet eens meer helder, hetgeen hier en daar wel een fin du siècle gevoel gaf. Mogelijks was dit één of andere straf van God. En dan op de avond van 8 oktober gebeurde het. Een koudefront komend van het westen wakkerde de wind aan die de kleine prairiebrandjes aanjoeg tot een apocalyptisch inferno. Met de stad Peshtigo aan de westelijke oever van de Green Bay als “epicentrum” raasde de vuurstorm door de streek. In zijn boek Firestorm at Peshtigo: A Town, Its People, and the Deadliest Fire in American History (ISBN 978-0805072938) schrijft William Lutz: “Een vuurstorm is een natuurlijke nucleaire explosie. Een muur van vlammen, anderhalve kilometer hoog, 8 km breed, vooruitdonderend tegen 200 km per uur, heter dan een crematorium, verandert zand in glas.” Het vuur liet zich door geen rivier stoppen en de vlammen bereikten zelfs de andere oever van de baai. Mensen waren in paniek terwijl de tornado’s van vuur hebben en goed, treinwagons en huizen de lucht in slingerde en verslond in hun verzengende hitte. Sommigen zagen inderdaad de hand van een toornige God in dit natuurfenomeen en deden zelfs geen poging om te vluchten, anderen doken in het water waar veel van hen verdronken. Je kon trouwens je gezicht maar enkele seconden boven water houden omwille van de ontzettende hitte. Een aantal mensen werd omsingeld door het vuur in het bos en trachtten hun leven te redden door met het hoofd in het zand gedrukt in het midden van braakliggende stukken plat tegen de aarde dekking te zoeken. Voor enkelen was dit hun redding. Tegen de tijd dat de storm geluwd was bleken 4850 km2 in vlammen te zijn opgegaan (dit is één zesde van de oppervlakte van gans België!). Twaalf gemeenten waren van de kaart geveegd. Een nauwkeurige becijfering van de dodentol kon nooit gemaakt worden. Enerzijds werden nagenoeg alle registraties verwoest en anderzijds waren er plaatselijk te weinig mensen over om een correcte aangifte van de slachtoffers te maken. Er wordt geschat dat tussen de 1200 en de 2500 mensen het leven lieten in deze voor de VS ergste natuurramp ooit. En toch is deze catastrofe een beetje in de vergetelheid geraakt en bijvoorbeeld veel minder bekend dan de brand van Chicago op diezelfde dag.
Wanneer je de kaart van Wisconsin bekijkt met een aanduiding van het rampgebied, dan zie je dat de Joniaux families op het nippertje ontsnapt zijn aan een gewisse dood. Zij hebben de vlammen van dichtbij gezien en de verstikkende rook ingeademd. Nooit zouden ze deze dag nog vergeten.

