En deze laatste nam zijn taak zeer ernstig. Hij trommelde aanstonds een klein leger gerenommeerde medische en scheikundige deskundigen op en liet het huis aan de Nerviërstraat 24 uur op 24 in de gaten houden door agenten in burger. Elk komen en gaan werd geregistreerd en kon eventueel van belang zijn in het onderzoek.
Dit verontrustende thrillerklimaat moet alle leden van het gezin bij de keel gegrepen hebben. In de eerste plaats ging de aandacht naar Mevr. Joniaux-Ablay, maar natuurlijk waren ook echtgenoot Alidor Henri Joniaux en de kinderen onderwerp van het onderzoek. De dochter van Marie Therese uit haar vorige huwelijk met Dhr. Fréderik Faber, Jeanne Faber, was intussen gehuwd, maar de drie kinderen van Alidor Henri uit zijn huwelijk met zijn inmiddels overleden echtgenote Ida Dumon, allen rond de 20 jaar en jonger, waren nog inwonend. Minstens één van beide dochters was op internaat Sacré-Coeur in het Luikse Bois l’Evêque. Dit kwamen we te weten uit de onderzoeken van Dhr. Hayoit. Het gezin had daar volgens de speurder nog een openstaande rekening van kostgeld. Aanvankelijk werden we door een foto die we vonden , genomen in de gymnastiekzaal van het internaat, op een verkeerd been gezet. Gezien er op de foto (hier bijgevoegd) turnringen te zien zijn en wij vermoedden dat meisjes in die tijd deze discipline niet deden, gingen we er van uit de het zoon Charles was die hier school liep. Dit was voor ons van belang, want mogelijks konden we via deze weg meer informatie over zijn levensloop bekomen. Toch bleek weldra dat de school van Bois l’Evêque wel degelijk een meisjesinternaat was (zie ook de naaimachines), zodat verdere exploratie van deze denkpiste voor ons minder interessant werd.
Op het hele gezin moet de druk vanuit de publieke opinie enorm geweest zijn. Slechts een zestal jaar voordien, in het najaar van 1888, stond heel Londen, Groot-Brittannië en zelfs de rest van de wereld in rep en roer na een serie afgrijselijke moorden waarvan de dader nooit gevonden werd, maar die de naam Jack The Ripper toegewezen kreeg. Het belang ervan in de misdaadgeschiedenis mag niet onderschat worden. Het was uiteraard niet de eerste seriemoord , maar wel de misdaad die als eerste door toedoen van de media een wereldwijde bekendheid kreeg. Zeker de conclusie van inspecteur Frederic Abberline, dat de dader moest gezocht worden in hogere kringen, gaf aanleiding tot de wildste speculaties. Zelfs op dit ogenblik wijzen de meeste denkpistes nog in de richting van het Brits koninklijk huis en de vrijmetselaarsloge. De onderzoekers zouden van hogerhand de mond zijn gesnoerd en de lagere sociale klasse zag het politieonderzoek dan ook als een spel blindemannetje (zie prent uit het tijdschrift Punch van 22 september 1888).
En blindemannetje was nu niet bepaald het spelletje dat onderzoeksrechter Dhr. Hayoit van plan was te spelen. Ook al waren de vermoedelijke slachtoffers in dit geval niet gruwelijk verminkt en kwamen ze zelf niet uit de lagere klasse (zoals dat in Londen het geval was geweest), toch zorgde de idee van een vrouwelijke gifmengster uit de “high society”, die zo koelbloedig en berekend zou zijn geweest dat ze leden uit haar familiekring vermoord zou hebben voor persoonlijk gewin ervoor, dat hij, Dhr. Hayoit, zich geen blunders kon veroorloven, wilde hij niet figuurlijk afgeslacht worden door de media die zich stilaan als gieren rond een kadaver begonnen te verzamelen…

