18 juni 2009

Aflevering 037: Licht het anker!

Op 23 juni van het jaar 1856 scheepten Jean Baptiste Joniaux, 40-jarige arbeider, en zijn vrouw Anne Josephine Delongueville, 38-jarige arbeidster samen met hun kinderen Théophile, 11 jaar, Elisa, 6 jaar, en de kleine Jean Baptiste (junior), 2 jaar, in op het (zeil-)schip Clara te Antwerpen. En ze waren niet alleen. Gelukkig maar, want tijdens de zware overtocht en bij de opbouw van hun nieuw bestaan in de Verenigde Staten, konden ze alle steun en hulp gebruiken. Onder de medepassagiers ook Anne Joesephines oudere broer Jean (Albert?) Joseph Delongueville en zijn vrouw Balza Marie Anne met hun drie kinderen Hubert Joseph, Julie en Antoine Joseph; allen respectievelijk 52, 43, 15, 13, 11 jaar oud. Het feit dat ook zij de grote stap zetten, heeft vast en zeker meegespeeld in het maken van de beslissing om te emigreren.

We hebben ook van het schip zelf niet meer concrete gegevens, maar aan de hand van beschrijvingen van andere schepen die in die tijd gebruikt werden voor de Grote Overtocht, kunnen we ons toch een beeld vormen van het leven op zo’n schip. De grootste zeilschepen vervoerden 160 tot 200 passagiers tussendeks (er waren ook een paar kajuiten). Ieder passagier kreeg enkel een bank ter beschikking. Hierop kon hij een strozak leggen om te zitten, te rusten, te eten, te slapen en... zeeziek te zijn. De reiskoffers en hoeveelheden proviand voor 90 dagen bevonden zich in het ruim. Gehuwde mannen en vrouwen, kinderen, jongelingen en meisjes liepen, stonden of lagen allen dooreen. Men raadde aan om zijn vuilste kleren te dragen en die bij aankomst in zee te werpen. Om zo te zeggen bij iedere reis kwamen sterfgevallen voor. Een lijk bleef niet lang opgebaard: men weende en bad, de scheepsaalmoezenier gaf de zegen en het lijk werd over een plank in zee geschoven.

Of al onze vrienden/naamgenoten heelhuids de overtocht haalden en of men tijdig voor de winter een veilig onderkomen kon vinden, gaan we over meerdere weken pas vertellen. Het schip heeft in elk geval de Antwerpse haven verlaten en eenmaal op volle zee kon men enkel hopen op een gunstige wind en bidden dat men gespaard bleef van natuurgeweld en ziektes: ”Au nom du Père et du Fils et du Saint Esprit…"