08 oktober 2010

Aflevering 109: Orp in staat van oorlog

Louis Joseph Joniaux, zoon van Charles Felix Joniaux (1825-1909) en kleinzoon van Jacques Joniaux (1794-1878) werd dus, zoals in vorige aflevering gezegd, geboren op 27 juni 1858 in Piétrain. Op 4 november 1893 huwde hij in Marilles Marie Virginie Léonie Renquin die op 6 december 1862 geboren was in Noduwez. Zij kregen op 31 december 1903 een zoon met de naam Hubert Louis Joniaux. Voor zover we weten bleef hij enig kind. Beide ouders zouden het einde van de Tweede Wereldoorlog, die het leven van hun zoon en kleinzoon onmiskenbaar zou tekenen (zie verder in deze aflevering), net niet meer halen. Moeder Marie Virginie Renquin overleed op 10 maart 1944. Vader Louis Joseph Joniaux volgde haar na twee maanden op 20 mei 1944.

Hubert Louis Joniaux huwde op 2 februari 1929 Alice Landrain. Zij kregen drie kinderen. De eerste dochter, Simone, die geboren werd in 1930 stierf spoedig. Zij werd in 1932 opgevolgd door Jean en in 1940, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, door Fernande.

De Tweede Wereldoorlog joeg niet alleen een groot aantal mensen de dood in; vele overlevenden droegen en dragen de psychologische littekens ervan mee voor de rest van hun leven. Jean Joniaux (zie ook aflevering 013), zoon van Hubert Joniaux, herinnert zich nog, als was het gisteren, de dag van 12 mei 1940 – twee dagen na de inval van de Duitsers in België en Nederland (zie ook aflevering 046). Hij was toen 8 jaar. Zijn vader vertrok die dag samen met de broer van zijn moeder, die dokter was, met de fiets richting Frankrijk. Zij waren niet gemobiliseerd, maar wilden hun steentje bijdragen aan de bescherming van het land en hun inwoners. Bange dagen braken aan voor het gezin Joniaux dat in de vallei van de Kleine Gete woonde in Orp. (De Gete wordt in het Frans Gette genoemd en in het Waals is het “Jauche”. Het hedendaagse Orp-le-Grand is een deelgemeente van Orp-Jauche.) De eerste gevechten tussen de ter hulp gesnelde Franse troepen en het oprukkende Duitse leger kostten de Franse manschappen op 2 dagen tijd het leven aan 162 officieren, onderofficieren en soldaten, waarvan 61 alleen al op het grondgebied van wat nu Orp-Jauche is. Tanks en zwaar geschut werden aan beide zijden ingezet. Met laagvliegende vliegtuigen werden de dorpen onder vuur genomen en het marktplein van Orp-le-Grand werd gebombardeerd. Ondanks hevig verzet moest het Franse leger zich in de vooravond van 13 mei terugtrekken, een aanzienlijke hoeveelheid zwaar materieel achterlatend. Het eerste pantsergevecht van de Tweede Wereldoorlog was voorbij. De Duitsers namen het gebied in.

Een maand na de invasie kwam Jeans oom opnieuw in Orp aan. Hij had geen goed nieuws. Hij was zijn schoonbroer uit het oog verloren en had hem niet meer kunnen terugvinden. Richting Franse kust was alles zo hectisch. Mensen vluchtten, soldaten rukten op, vrijwilligers zochten een onderkomen in één of ander bataljon… Was Hubert in veiligheid? Was hij gevangen genomen of, nog erger, was hij misschien gedood? Alice Joniaux-Landrain moest zich sterk houden omwille van haar zoontje Jean en haar drie maanden oude dochtertje Fernande. Ze leden honger. Gelukkig kregen ze af en toe melk en wit brood van de buurvrouw. Angstig wachtte het gezin op een bericht dat misschien nooit zou komen. Dagen, weken, maanden verstreken.

Op 16 januari 1941 bracht de postbode een brief. Hubert was gezond en wel. Hij was in Dunkerque ingescheept naar Engeland. Daar had hij 6 weken opgediend voor een minister om daarna als bekister van betonblokken te werken (zijn oorspronkelijk beroep was timmerman). Waren dit de betonblokken die later bij de invasie op 6 juni 1944 naar Frankrijk gesleept werden om daar te fungeren als kunstmatige havenbescherming aan de Normandische kust? In elk geval leefde Hubert nog. De brieven die hij af en toe schreef werden door het Rode Kruis via Portugal bezorgd, maar vertoonden duidelijk de tekens van opening door de Duitsers. Trots en met weemoed liet Jean ons tijdens gesprekken meermaals de brieven zien die hij sindsdien zorgvuldig bewaard heeft. Via dezelfde weg bereikten hen ook soms doosjes sardienen die snel verdwenen in de hongerige magen.

De oorlog duurde lang. Veel te lang. De bezetting zou duren tot september 1944. Uiteindelijk kon ook Hubert Joniaux naar zijn gezin terugkeren. Zijn dochtertje had hij voor zijn vertrek nauwelijks gezien. Jean was al een hele jongen geworden. Hij had zijn vader met de fiets zien vertrekken en bleef zich afvragen waar deze fiets nu gebleven was! Het was een emotioneel weerzien.

Nu, meer dan 65 jaar geleden ziet Jean Joniaux het verspillen van eten nog steeds als een zonde. Hij weet immers wat honger lijden is. Ook blijft hij de mensen dankbaar die destijds voor hen gezorgd en gestreden hebben. Tot op de dag van vandaag heeft hij contact met Franse militairen of hun familie.