23 februari 2010

Aflevering 102: Vergiftiging?

We gaan de gebeurtenissen die zich afspeelden ten tijde van het proces tegen Mevr. Joniaux-Ablay in het prille voorjaar van 1895 niet van dag tot dag bespreken. Wel willen we even stilstaan bij een aantal benaderingswijzen.

Mevr. Joniaux-Ablay werd beschuldigd van de moord door vergiftiging van haar zus, de oom van haar echtgenoot en haar broer. Deskundig onderzoek, ondermeer uitgevoerd door Prof. Gustave Bruylants, had aangetoond dat in het geval van het laatste overlijden, dat van Alfred Ablay, wel degelijk sporen van morfine werden aangetroffen in de organen, maar niet in de hersenen. Of deze dosis letaal (dodelijk) moet zijn geweest, kon niet bevestigd worden. Evenmin kon uiteraard niet uitgemaakt worden of deze dosis vrijwillig, dan wel onvrijwillig toegediend was en nog minder wie die dan toegediend zou hebben.

In de biografie die Gustave Bruylants kleinzoon, professor emeritus Albert Bruylants, eveneens chemicus aan de Leuvense universiteit, schreef over zijn grootvader, kunnen we het volgende lezen over het vinden van de sporen van morfine in Alfreds lichaam (vertaald, zie bijvoegsel):

“Dit resultaat had enerzijds tot gevolg dat Madame Joniaux werd aangehouden en dat er anderzijds werd overgegaan tot de opgraving en autopsie van de andere twee slachtoffers. Maar hier kon de chemisch expert niet het minste spoor van vergif terugvinden; enkel de medische expertise leek het vermoeden van vergiftiging met morfine te kunnen bevestigen.”

Men was dus voor wat betreft de eerste twee slachtoffers aangewezen op de mening van de aangestelde medische experts die de diagnose van de artsen, die het overlijden hadden vastgesteld, in twijfel trokken. Men kan zich dan ook de vraag stellen wiens versie de juiste was. Waren de artsen die het korte ziekteproces van beide slachtoffers van dichtbij gevolgd hadden en tenslotte een doodsoorzaak vaststelden, misleid door het onwaarschijnlijke scenario van een vergiftiging of waren het juist de respectievelijk één en twee jaren achteraf aangestelde medische experts die door Hineininterpretierung voor de optie vergiftiging door morfine kozen? Zouden zij tot eenzelfde conclusie gekomen zijn wat betreft Leonie Ablay en Jaak Vandenkerckhove als prof. Gustave Bruylants geen morfine in Alfred Ablays lichaam aangetroffen had?

Blijkbaar had de chemicus het moeilijk met deze wijze van interpretatie van zijn onderzoeksresultaten, getuige hiervan het statement dat zijn kleinzoon Albert Bruylants deed in de reeds vernoemde biografie (vertaald, zie bijvoegsel):

“Telkens mijn grootvader de zaak Joniaux aanhaalde voor zijn studenten zei hij hen:”Dat hij, die op zoek is naar gemoedsrust, zich niet inlate met gerechtelijke expertises”.”

Hieruit concluderen wij dat prof. Gustave Bruylants, belast met de chemische analyse van het bewijsmateriaal in de zaak Joniaux, van mening was dat er onvoldoende medisch wetenschappelijke argumenten waren om ondubbelzinnig te kunnen spreken van moedwillige vergiftiging. Of de openbare aanklager, de rechters, maar vooral de jury deze gedachtegang volgden, zullen we in de volgende afleveringen bespreken.








17 februari 2010

Aflevering 101: Het Proces

Waarom spenderen we zoveel aandacht aan de perikelen rond Mevr. Joniaux-Ablay, een dame die weliswaar gehuwd was met een Joniaux naamgenoot, maar die biologisch gezien geen Joniaux nakomelingen heeft gehad? Is dit misschien enige vorm van sensatiezucht waaraan we niet konden weerstaan bij het redigeren van onze blog? Neen, beste lezer, helemaal niet. De commotie die deze zaak met zich meebracht had een rechtstreeks gevolg op de Joniaux familieleden van de beschuldigde in deze drievoudige moordaffaire en in het bijzonder op haar stiefzoon Charles, die later als Carlos de stamvader zou worden van zowat alle Latijns Amerikaanse Joniaux’. Het is niet alleen van groot belang deze hele affaire grondig te kennen teneinde de keuzes van deze emigrant te begrijpen, maar het laat eens te meer zien dat wij allen een product zijn van de omstandigheden waarin we wetens en willens, doch ook ongewild in verzeild geraken. Daarbij zullen wij, ook al handelt het hier over een gerechtszaak, erover waken helemaal geen recht te spreken, doch zoveel mogelijk als observator descriptief de historie te verhalen, wars van alle persoonlijke (voor-)oordelen.

Negen maanden na de aanhouding van Mevr. Joniaux-Ablay, op maandag 7 januari 1895,
ging het assisenproces tegen haar van start in het gerechtsgebouw te Antwerpen, de stad waar ze glorietijden had gekend, maar die haar nu leek uit te spuwen als was ze een brok onverteerbaar voedsel. Je kon in geen kroeg komen (en die waren er bij de vleet in deze grote havenstad), of er werd over de zaak gedebatteerd en het was duidelijk dat het gewone volk, opgehitst door sommige kranten, reeds op voorhand een oordeel had geveld.

Om jullie als lezer van op de eerste rij deze gerechtszaak te laten volgen, bespreken we hier in het kort de protagonisten. De beschuldigde, haar naaste familie, onderzoeksrechter Hayoit en beide advocaten van de verdediging kenden we reeds uit de vorige afleveringen.

Een assisenzaak wordt begeleid door 3 rechters. Als voorzitter voor deze zaak werd Mr. Holvoet aangesteld. Een mogelijks niet onbelangrijk detail betreffende deze magistraat is het feit dat hij in 1858 de eed aflegde samen met zijn collega en vriend Bernays, de man die, zoals we vorige aflevering vermeldden, in 1882 vermoord werd door de gebroeders Peltzer, die, oh ironie, tijdens hun gerechtszaak verdedigd werden door… Mr. Graux, die hier opnieuw als verdediger in een moordzaak voor het hof verschijnt. Om een zo onpartijdig mogelijk verloop van het proces te krijgen werd en wordt een voorzitter van het assisenhof bijgestaan door 2 rechters, in dit geval Mr. Moureau en Mr. Op de Beeck. Mr. Moureau had men enkele jaren voordien aan het werk gezien als voorzitter van het hof in het proces dat gehouden werd na de ramp van Corvilain in 1889 waarbij tijdens een reeks explosies in een Antwerpse munitiefabriek 95 mensen het leven lieten.

Als griffier werd Dhr. Nolis aangesteld. De rol van openbare aanklager werd vertolkt door de 38-jarige Mr. Servais, die geroemd werd omwille van zijn redenaarstalent. Bijgevoegd vindt een overzicht van de gerechtszaal en een pagina uit L’illustration van die tijd.

1 Mr. Holvoet,voorzitter van het hof
2 en 3 Mr Moureau en Mr. Op de Beeck, rechters
4 Dhr. Nolis, griffier
5 Mr. Servais, openbare aanklager
6 jury
7 getuigen
8 Mr. Graux en Mr. Hendrickx, advocaten van de verdediging
9 Mevr. Joniaux-Ablay, beschuldigde
10 rijkswachters
11 geschreven pers
12 leden van de balie
13 publiek
14 kachel (niet onbelangrijk, het was winter)


En zo gebeurde het dat op die maandag 7 januari 1895 griffier Nolis het proces opende met het voorlezen van de beschuldigingakte:

“De Procureur-Generaal bij het Beroepshof van Brussel verklaart dat het Hof bij besluit van drij september achtienhonderdvierennegentig, heeft voor het Assisenhof der provincie Antwerpen verzonden Ablay, Maria Theresia Josefa, echtgenote Joniaux, Alidor Hendrik, geboren te Mechelen, op 15 october 1844, zonder beroep, woonachtig te Antwerpen, in hechtenis, beticht van de misdaad voorzien door artikels 392, 393 en 397 van het Strafwetboek.

Bijgevolg heeft ondergetekende Procureur-Generaal huidige beschuldigingact opgesteld, door welken hij zegt dat, uit de stukken van het proces, de volgende feiten en bijzonderheden blijken:…”

11 februari 2010

Aflevering 100: Aanloop naar het proces

Het forensisch toxicologisch onderzoek op de drie lijken bracht enkel in het geval van Alfred Ablay, het laatste vermoedelijke slachtoffer, de aanwezigheid van kristallen aan het licht die toegeschreven konden worden aan het al dan niet opzettelijke gebruik van morfine. Voor sommigen pleitte deze vaststelling in het voordeel van Mevr. Joniaux-Ablay. Ze werd immers beschuldigd van drievoudige moord en voorlopig wees niets erop dat er in het geval van Leonie Ablay en Jaak Vandenkerckhove sprake was van een onnatuurlijke doodsoorzaak. Onderzoeksrechter Hayoit meende echter voldoende elementen te bezitten om verder te gaan met deze zaak. Het motief, één van de belangrijke onderzoekspijlers, was volgens hem overduidelijk. De verdachte had een chronisch geldgebrek en ze zette alle scrupules, die een normaal denkend mens ervan weerhouden vreselijke oplossingen voor dit probleem te vinden, aan de kant. Hij verzamelde op een uiterst grondige wijze alle bewijselementen bij elkaar ter voorbereiding van het proces.

Maar ook de familie Joniaux-Ablay bereidde zich voor op een gerechtelijke titanenstrijd, terwijl het publiek zich verkneukelde op het spektakel dat dit zonder twijfel met zich mee zou brengen. Om voldoende tegengewicht in de strijd te kunnen werpen, werden niemand minder dan Mr. Charles Graux en Mr. Paul Hendrickx verzocht de verdediging op zich te nemen. Mr. Paul Hendrickx was een bijzondere pleiter voor handels- en burgerlijke zaken. Zijn confraters aan de balie van Antwerpen waren ten zeerste benieuwd hem aan het werk te zien in dit crimineel proces. Mr. Charles Graux was een echte zwaargewicht inzake strafrechtelijke dossiers. Hij was doctor in de rechten, advocaat , hoogleraar aan de Vrije Universiteit van Brussel en een vooraanstaand vrijmetselaar. Van 1878 tot 1884 was hij liberaal parlementslid en minister van Financiën. Onder druk van de bevolking die zijn vermeende verspillingen en hatelijke belastingen beu waren, moest hij de ministerspost opgeven. Ook al was iedereen het erover eens dat hij een getalenteerd pleiter was, kan men zich de vraag stellen of dit een juiste keuze was voor een assisenzaak waarin een volksjury uitspraak moet doen. Zo trad hij in het jaar 1882 op als verdediger van de gebroeders Peltzer, die in een geruchtmakend proces beiden de doodstraf kregen wegens de uitvoering (Léon Peltzer) en de beraming (Armand Peltzer) van de moord op Guillaume Bernays.

Om de onschuld van Mevr. Joniaux-Ablay te kunnen aantonen werden niet minder dan 61 getuigen ten ontlaste verzameld. We willen jullie, lezers, deze lijst niet onthouden omdat zij goed de entourage schildert waarin het gezin vertoefde in die dagen.
  1. Bède, ingenieur, Boschvoorde
  2. Echtg. Bède
  3. Berckmans, drogist, Antwerpen
  4. Braconnier, commandant, Gent
  5. Buckenhoudt, drogist, Brussel
  6. Rruynsseels, kleermaakster, Mechelen
  7. Courouble, advocaat, Brussel
  8. Echtg. Courouble
  9. Cotils, apotheker, Antwerpen
  10. Claudot, geneesheer, Gent
  11. Weduwe Hollander, Brussel
  12. Valentin Dealnéve, Antwerpen
  13. Loze, handelaar, Issy-sur-Seine
  14. Quarré, rentenier, Brussel
  15. Teugeling, dienstmeid bij M. Couroble, Brussel
  16. Bax, dienstmeid, Antwerpen
  17. Charles Joniaux, stiefzoon, student, Antwerpen
  18. Grégoire, Kruidenier, Brussel
  19. Letellier, aannemer, Parijs
  20. Derveng, rentenier, Elsene
  21. Delacre, apotheker, Brussel
  22. Desguin, geneesheer, Antwerpen
  23. Weduwe Georges, conciërge van Alfred Ablay, Parijs
  24. P. Janson, advocaat, Brussel
  25. Jottrand, geneesheer, Brussel
  26. Spiers, herbergierster, Etterbeek
  27. Echtg. Lynen Bède, Brussel
  28. Marteau, fabrikant, Parijs
  29. Revol, kassier, Parijs
  30. Henri Joniaux, echtgenoot van de beschuldigde, Antwerpen
  31. Joniaux Marguerite, stiefdochter van de beschuldigde
  32. Joniaux Martha, id
  33. Echtg. Schaeffer, Berchem
  34. Echtg. Devaux, pianiste, Brussel
  35. Mej. Poirson, toneelzangeres, Brussel
  36. De Brabander, eigenaar, Boschvoorde
  37. Lange, dienstmeid, Brussel
  38. Tchsaggeny, eigenaar, Brussel
  39. Kolonel Huet, Brussel
  40. Thys, griffier bij het verbrekingshof van Brussel
  41. Commandant Thiébauld, Brussel
  42. Reusens, handelaar, Spa
  43. Anatole de Prat, Antwerpen
  44. Van Beeck, advocaat, Antwerpen
  45. Kollach, kassier, Parijs
  46. Klein, ingenieur, Nettach (Pruisen)
  47. Ch. Pecher, Brussel
  48. Generaal Van Alderweireld, Luik
  49. Commandant de Zérézo de Tejada, Brussel
  50. Kolonel Theunis, Luik
  51. Majoor Van de Velde, Brussel
  52. Willemaers, procureur des Konings, Brussel
  53. Maurice Salzberger, advocaat, Brussel
  54. Benoit, bediende, Brussel
  55. Beeckman, bestuurder van verkopingen, Brussel
  56. Commandant Ameye, Doornik
  57. Stiémon, geneesheer, Brussel
  58. Dallemagne, geneesheer, Brussel
  59. Depaire, scheikundige, Brussel
  60. Chaudeloy, geneesheer-scheikundige, Luik
  61. Minot, deskundige in geschriften, Elsene
Het is uiteraard interessant om te zien wie er op de lijst staat, zoals Alidor Henri en zijn drie kinderen, maar ook om te zien wie er niét op staat. Zo vinden we de dochter Jeanne Faber, die op dat ogenblik gehuwd was met Oscar Mertens niet terug. Evenmin treed broer Charles Ablay, die toch een stevige reputatie genoot, op als getuige à déchargé. Het is vrij duidelijk dat de getuigenlijst opgebouwd is met een tweeledig doel: enerzijds wil de verdediging een geloofwaardige onderbouw creëren met behulp van vooraanstaande bevriende hooggeplaatste militairen en personen met hoog aanzien. Anderzijds worden een aantal forensisch deskundigen opgetrommeld om de beschuldiging van vergiftiging medisch-wetenschappelijk aan het wankelen te brengen. Zullen ze hierin slagen? Dat en nog veel meer leest u in de volgende afleveringen van onze blog.

02 februari 2010

Aflevering 099: De arrestatie

Op dinsdag 17 april 1894 om 20u30 ’s avonds werd Mevr. Maria Theresia Josephina Ablay, echtgenote uit een tweede huwelijk met Alidor Henri Joniaux en dus stiefmoeder van Marie Marguerite Joséphina Jeanne Joniaux, Charles Marie Georges Henri Joseph Joniaux en Marthe Marie Henriette Jeanne Joniaux, aangehouden en in verdenking gesteld van drievoudige moord door vergiftiging op haar zus Leonie Ablay, de oom van haar man Jacques Vandenkerckhove en haar broer Alfred Ablay.

Tijdens de vorige aflevering van de Joniaux Saga maakten we in een korte uitweiding kennis met de misdaadaffaire die gekend is als de seriemoord van Jack The Ripper in Londen. Deze ophefmakende zaak werd wereldwijd verspreid door de geschreven pers en de invloed ervan op de besluitvorming van de gerechtelijke instanties en op de publieke opinie was van groot belang.

De geruchten, die sinds enige tijd de ronden deden in de “affaire Joniaux”, zes jaar na Jack The Ripper, gaven ertoe aanleiding dat de kranten “opgewarmd aan de aftrap verschenen”. De inhechtenisneming van de hoofdverdachte haalde dan ook letterlijk het wereldnieuws. Niet enkel kranten in België kopten met grote letters op de voorpagina’s het sensationele nieuws, doch ook de pers in Nederland, Frankrijk, Duitsland, ja zelfs in Australië, Nieuw Zeeland, Canada en de Verenigde Staten onderhielden nauw contact met hun correspondenten en berichtten hun lezers over de schokkende gebeurtenissen.

Zoals je in de eerste blogafleveringen hebt kunnen lezen, nu 2 jaar geleden, was de herkomst van de Ecuadoraanse naamgenoten één van de pijlers van ons onderzoek. We hadden beperkte gegevens over de ouders van Carlos Joniaux, die de stamhouder is van zowat alle Zuid-Amerikaanse Joniaux’. We wisten dat zijn vader, een ingenieur, Henri heette en zijn moeder had als achternaam Dumon(t). Ze zouden afkomstig zijn van Brussel, maar daar hield het ook bij op. Jarenlang zochten we tevergeefs naar aanknopingspunten tot op zeker ogenblik de archieven van de New York Times gedigitaliseerd werden. In een artikel van 19 april 1894 (klik hier) werd bij aanhouding van “madame Joniaux” haar man Henri Joniaux genoemd. Zelfs zijn beroep als ingenieur bij de Dienst Bruggen en Wegen bleek te kloppen. Eindelijk hadden we een aanknopingspunt. Vandaar konden we op zoek naar Belgische kranten uit die periode en we konden de hierin gevonden informatie toetsen aan officiële archieven zoals de geboorte-, huwelijks en overlijdensregisters. Deze informatie hebben we dan opnieuw in chronologische volgorde geplaatst en in opeenvolgende blogafleveringen gepresenteerd.

De aanhouding van Madame Joniaux, zoals ze overal genoemd werd, gebeurde na een laatste ondervraging door de onderzoeksrechter in tegenwoordigheid van wetsdokter van Vyve. Ze probeerde zich kranig te houden en op het moment dat ze afgevoerd zou worden, vroeg ze om haar regenscherm te mogen afgeven aan haar man, die buiten op haar wachtte. Dit werd haar geweigerd. Geflankeerd door twee gendarmen werd zij met een rijtuig afgevoerd naar de gevangenis in de Begijnenstraat te Antwerpen…