Mevr. Joniaux-Ablay werd beschuldigd van de moord door vergiftiging van haar zus, de oom van haar echtgenoot en haar broer. Deskundig onderzoek, ondermeer uitgevoerd door Prof. Gustave Bruylants, had aangetoond dat in het geval van het laatste overlijden, dat van Alfred Ablay, wel degelijk sporen van morfine werden aangetroffen in de organen, maar niet in de hersenen. Of deze dosis letaal (dodelijk) moet zijn geweest, kon niet bevestigd worden. Evenmin kon uiteraard niet uitgemaakt worden of deze dosis vrijwillig, dan wel onvrijwillig toegediend was en nog minder wie die dan toegediend zou hebben.
In de biografie die Gustave Bruylants kleinzoon, professor emeritus Albert Bruylants, eveneens chemicus aan de Leuvense universiteit, schreef over zijn grootvader, kunnen we het volgende lezen over het vinden van de sporen van morfine in Alfreds lichaam (vertaald, zie bijvoegsel):
“Dit resultaat had enerzijds tot gevolg dat Madame Joniaux werd aangehouden en dat er anderzijds werd overgegaan tot de opgraving en autopsie van de andere twee slachtoffers. Maar hier kon de chemisch expert niet het minste spoor van vergif terugvinden; enkel de medische expertise leek het vermoeden van vergiftiging met morfine te kunnen bevestigen.”
Men was dus voor wat betreft de eerste twee slachtoffers aangewezen op de mening van de aangestelde medische experts die de diagnose van de artsen, die het overlijden hadden vastgesteld, in twijfel trokken. Men kan zich dan ook de vraag stellen wiens versie de juiste was. Waren de artsen die het korte ziekteproces van beide slachtoffers van dichtbij gevolgd hadden en tenslotte een doodsoorzaak vaststelden, misleid door het onwaarschijnlijke scenario van een vergiftiging of waren het juist de respectievelijk één en twee jaren achteraf aangestelde medische experts die door Hineininterpretierung voor de optie vergiftiging door morfine kozen? Zouden zij tot eenzelfde conclusie gekomen zijn wat betreft Leonie Ablay en Jaak Vandenkerckhove als prof. Gustave Bruylants geen morfine in Alfred Ablays lichaam aangetroffen had?
Blijkbaar had de chemicus het moeilijk met deze wijze van interpretatie van zijn onderzoeksresultaten, getuige hiervan het statement dat zijn kleinzoon Albert Bruylants deed in de reeds vernoemde biografie (vertaald, zie bijvoegsel):
“Telkens mijn grootvader de zaak Joniaux aanhaalde voor zijn studenten zei hij hen:”Dat hij, die op zoek is naar gemoedsrust, zich niet inlate met gerechtelijke expertises”.”
Hieruit concluderen wij dat prof. Gustave Bruylants, belast met de chemische analyse van het bewijsmateriaal in de zaak Joniaux, van mening was dat er onvoldoende medisch wetenschappelijke argumenten waren om ondubbelzinnig te kunnen spreken van moedwillige vergiftiging. Of de openbare aanklager, de rechters, maar vooral de jury deze gedachtegang volgden, zullen we in de volgende afleveringen bespreken.





