16 juli 2009

Aflevering 076: Mathijs Joseph J in Leopoldsburg

Bij terugkomst in België verhuisden Mathijs Joseph Joniaux en Helena Bastiaens naar Leopoldsburg omwille van Mathijs’ functie bij de rijkswacht. Leopoldsburg, gelegen in de Noorder Kempen, is naar verluidt de jongste gemeente van België. Zij vond haar oorsprong in het militaire kamp dat in 1835 op bevel van koning Leopold I werd ingericht als verdediging tegen de troepen van de Nederlandse koning. In de buurt werd een kunstmatig dorp uitgetekend rondom de kerk waar burgers zich konden vestigen.

Mathijs Joseph en Helena vonden in het straatje bij de molen een zeer bescheiden huurwoning (eigenlijk waren het maar enkele kamers) Al snel werd het huisje dichtbevolkt want op 28 mei 1950 werd Maria T.I.G. Joniaux geboren in de kraamkliniek van Lommel. Toen Helena huwde had haar godvruchtige katholieke vader, Jan Bastiaens, haar op het hart gedrukt dat ze het eerstgeboren meisje “Maria” moest noemen en haar eerstgeboren zoon “Jozef”. Om deze wens te vervullen kreeg alvast het eerste meisje de naam Maria. Goed veertien maanden later, op 6 augustus 1951, zag haar zusje Sybille M.G.J. Joniaux het levenslicht. Zij werd genoemd naar haar grootmoeder. Wanneer er nog enkele andere kinderen uit de familie daar tijdelijk opgevangen werden, was het een hele drukte. Op 8 februari 1956 kon men de geboorte van een derde meisje melden: Marcellina J.M.G. Joniaux. Reeds drie meisjes, maar nog steeds geen zoon…

Het leven in dit dorp was vrij ongewoon. Tussen de inwoners bestonden weinig natuurlijk gegroeide familiebanden. De gezinnen van de militairen kwamen immers vanuit het ganse land hier bij elkaar en het was voor het jonge gezin echt wel wennen. Zij kwamen uit een dorp waar iedereen iedereen kende, terwijl hier vaak je buurman een vreemde was. Toch had dit leven ook wel zijn voordelen. De rijkswachters konden voor een luttel bedrag naar de bioscoop, een ongekende luxe. Als je “militairen” zegt, dan zeg je ook “cafés” en inderdaad telde Leopoldsburg talrijke drankgelegenheden, de één al wat netter dan de andere. En ja hoor, ook hier probeerde het koppel af en toe eens te ontspannen bij een trappistje. De boog kan niet altijd gespannen staan.

Toch kunnen we niet zeggen dat Mathijs Joseph en Helena zich écht thuis voelden in Leopoldsburg en toen de melding kwam dat Mathijs in augustus 1957 zou overgeplaatst worden naar Hamont,een stadje tegen de Nederlandse grens, keek men hoopvol uit naar deze nieuwe locatie.





06 juli 2009

Aflevering 075: Huwelijk in Lourdes

Beide wereldoorlogen hadden voor miljoenen mensen in Europa desastreuze gevolgen en daarom gingen er na WO II stemmen op om een verbond op te richten dat herhaling van dit soort conflicten moest vermijden. In 1949 werd door 12 landen de NAVO opgericht. In datzelfde jaar 1949 sloten ook Mathijs Joseph Joniaux en Helena Bastiaens, mijn ouders, een verbond; zij het van heel andere orde. Zij huwden.

Gezien Helena’s vader Jan Bastiaens reeds geruime tijd ziek was, vond men het niet gepast een uitgebreid bruiloftsfeest te organiseren. Daarom huwde het jonge koppel, deels bij wijze van bedevaart, op 13 augustus 1949 in het Zuid-Franse Lourdes. Daar zou – zo wordt in katholieke middens verteld – in 1858 de H. Maagd Maria aan het herderinnetje Bernadette Soubirous verschenen zijn. Tot op de dag van vandaag is dit dorpje aan de voet van de Pyreneeën een trekpleister voor katholieke pelgrims.

Het was in die jaren niet eens zo vreemd om in Lourdes te huwen. Zij waren niet het enige koppel dat daar zijn huwelijk liet inzegenen want Mathijs Joseph en Helena waren vergezeld van een ganse buslading trouwlustige Belgen. Helena heeft heel haar leven spijt gehad dat de omstandigheden hen verplichtten om zonder familie of vrienden elkaar het ja-woord te geven. Misschien is het een troost voor haar dat intussen op hun 40-ste en 50-ste huwelijksverjaardag deze genodigden wél aanwezig waren en momenteel maken ze zich op om op 8 augustus hun 60-ste huwelijksverjaardag te vieren.

Natuurlijk was deze reis een unieke gelegenheid om een stukje meer van de wereld te zien. Watervallen, bergen… Het was heel wat anders dan hun reisje met paard en kar naar Maastricht (zie aflevering 073). De groep pasgehuwden maakten kennis met de Pyreneeën aan de Pont d’Espagne in Cauterets en stonden aan de voet van de Monte Perdido aan de Cirque de Gavarnie. Samen met onze kinderen bezochten wij zelf deze plaatsen in 1996 en als meer geoefende bergwandelaars waren dit tien jaar later (in 2006) uitgangspunten voor trektochten met ons tweetjes (zie bijgevoegde foto’s).



25 juni 2009

Aflevering 074: Mathijs Joseph Joniaux II

Het leven van Mathijs Joseph Joniaux werd in grote mate bepaald door zijn loopbaan bij de Rijkswacht en de Politie. Hij werd talrijke keren doorheen het land “gekazerneerd”. Hierdoor verliet hij zijn geboortestreek en kwam hij uiteindelijk in Noord-Limburg terecht, waar ikzelf momenteel dus ook nog woon. Bovendien had zijn mobiliteit een belangrijk gevolg. Terwijl de meeste mensen hun hele leven sleten rondom de kerktoren, nam hij na zijn huwelijk (waarover later meer) zijn gezin mee naar de belangrijkste steden en bezienswaardigheden van het land, die hij tijdens zijn diensttijd had leren kennen. Het feit dat Rita en ik met een camper trekken, is hier een rechtstreeks gevolg van.

Mathijs Jospeh vatte zelf zijn carrière samen op bijgevoegd kattebelletje. In een korte diapresentatie geven we hiervan een visuele impressie. In het heldhaftige lied dat in 1962 werd opgenomen bezingt Mathijs Joseph de boerenopstand tegen de Franse bezetter van 1798.



Aflevering 073: Mathijs Joseph Joniaux I

In aflevering 050 en 051 hebben we aangetoond dat het leven van Antoon Evrard Joniaux en zijn beide echtgenoten allesbehalve eenvoudig was. Kenmerkend voor hun gezin was wel de zeer hoge kindersterfte. Tot nog toe hebben we de nakomelingen besproken van de drie oudste zonen die de volwassen leeftijd bereikt hebben: Lucianus Antonius, Joris Joseph en Albert Mathijs Joseph. Het vierde kind dat oud genoeg werd om zelf nakomelingen te krijgen was eveneens een jongen: Mathijs Joseph Joniaux, mijn vader.

Mathijs Joseph werd geboren op 9 juni 1923. Zijn biologische moeder, Sybilla Moors, overleed op 5 april 1927 toen hijzelf bijna 4 jaar oud was. De opvoeding en verzorging van de kinderen werd overgenomen door zijn stiefmoeder Catharina Jeurissen. Hij groeide op in het dorpje Kesselt, waar ikzelf in mijn jeugd vaak kwam gezien dit tevens het geboortedorp van mijn moeder was en er enkele nonkels en tantes woonden. Het dorpje lag op een enigszins hoger gelegen vlakte tussen Veldwezelt en Vroenhoeven in. Aan de oostzijde was er de scherpe begrenzing van het Albertkanaal. Aan de overkant hiervan begint Nederland met het (momenteel uitgedijde en uitdijende) stadje Maastricht. Kesselt zelf lag omringd door de vruchtbare akkers waar de leemgrond een schril contrast vormde met de dorre zandgrond van de Kempen, waar mijn ouders later zouden gaan wonen en waar ik nu nog steeds woon. In die tijd was vrijwel elke inwoner tenminste deeltijds landbouwer, op een enkele uitzondering na. Gesloten vierkanthoeves, zoals het geboortehuis van mijn moeder, waren kenmerkend voor de landstreek. Via een klein deurtje, of de grote poort voor paard en kar, kwam je op het erf terecht, waar de dieper gelegen mestvaalt je welkom heette.

Bij de uitzonderingen op de landbouwregel, hoorden de cafés, waarvan er zelfs in dit gehuchtje meerdere waren en waar straffe verhalen tussen pot en pint verteld werden en het weer en de problemen met de oogst besproken werden. Nog een uitzondering was mijn grootvader die als postbode samen met zijn dochter een kruidenierswinkeltje runde.

Toen ik klein was, telde Kesselt een 400-tal inwoners. Veertig jaar ervoor moeten er dat nog minder zijn geweest en met enkele straten was dan ook iedereen bereikbaar. De Kerkstraat begon “boven” aan de “reenkwovven” (de steenbakkerij) en eindigde een 500 meter verder aan de T-splitsing met de Smisstraat. Van hieruit een honderd meter naar rechts lag aan de rechter kant het ouderhuis van mijn moeder. Opnieuw honderd meter verder vormde het gehuchtje Klein Lafelt, dat deel uitmaakte van een andere gemeente en dat bestond uit één enkele straat, de zuidgrens van het dorp. In de tegenovergestelde richting maakte de Smisstraat een grote boog tot ze, net iets voorbij het ouderhuis van de tegenwoordige minister Keulen, eindigde op de “kiezelweg” tussen Veldwezelt en Vroenhoven.Het geboortehuis van mijn vader Mathijs Joseph lag op de hoek van de Kerkstraat met het Schoolstraatje aan de linker zijde als je van “boven” kwam.

Als jongen speelde mijn vader zoals al zijn leeftijdgenoten in de boomgaarden, omzoomd door vuurdoornheggen, waar ze in de bomen klauterden op zoek naar vogelnesten en waar ze in het fruitseizoen snoepten van de kersen, appelen, peren en pruimen. Elke afwijking van het normale levensritme was een welgekomen afwisseling. Zo “reisde” men met de ganse klas gezeten op de paardenkar naar Maastricht bij wijze van schoolreis om zich daar in het stadspark aan de beren in kooien te vergapen. Zij vormden een ware attractie in een periode dat gewone mensen nauwelijks buiten hun eigen dorp kwamen. Merk het verschil op met de leefwereld van o.a. Alidor Henri Joniaux en zijn zoon Charles Joniaux voor wie reizen de normaalste zaak van de wereld was. In Kesselt was zelfs de kermis iets om naar uit te kijken, ook al bestond deze kermis enkel uit een paar schommels. Maar het was een plek waar je je vrienden kon ontmoeten en misschien wel een meisje leerde kennen.

Of de vonk op de kermis overgeslagen is, weet ik niet, maar Mathijs Joseph Joniaux liet zijn oog vallen op één van de meisjes van Jan Bastiaens, namelijk Helena (Leen). Net zoals haar zussen was ze getooid met weelderige krullen en beschikte ze over een prima zangstem. Wanneer ze samen met haar broer Jean op de akkers geduldig met de hand onkruid wiedde, kon je hun liederen van ver horen. Kerkelijke gezangen werden afgewisseld met liedjes waarin de “deugden” van hard werken en nederigheid schering en inslag waren. Een ideale echtgenote voor Mathijs Joseph…

>



Aflevering 072: Het gezin van Albert Mathijs J. J

De derde zoon van Antoon Evrard Joniaux, Albert Mathijs Joseph, zag het levenslicht op 1 oktober 1917. Hij werd huisschilder en trouwde op 20 april 1949 in Kesselt met Joanna Maria Isabella Keulen (zie trouwfoto). We ontmoetten elkaar zelden. Een enkele keer kwamen we bij elkaar bij mijn grootvader of ter gelegenheid van een feest. Hun gezin werd gezegend met drie dochters (zie gezinsdiagram):

Betty Sibilla Maria, die geboren werd op 30 mei 1950 in Rocourt.
Lucienne Josette Trinette, geboren op 20 maart 1953 in Glons
Rita Germaine Georgette, geboren op 12 juli 1955 in Glons

Het gezin vertrok uit het vlaamstalige gedeelte van het land (de omgekeerde richting van Lucien Joniaux (°1823)) en vestigde zich in Glons. Ik was nooit bij hen op visite.

Albert Mathijs Joseph Joniaux overleed op 2 oktober 1997 te Glons en werd aldaar begraven op het kerkhof dat uitzicht biedt op het intieme dal van de Jeker.



Aflevering 071: Joris Joseph Joniaux

We gaan terug naar het gezin van mijn grootvader Antoon Evrard Joniaux. We meldden reeds dat Joris Joseph als tweede zoon geboren werd op 23 januari 1915. Later (in 1959) zou hij mijn peter worden. Hij huwde op 8 januari 1946, op 30-jarige leeftijd, Victorine Hubertine Pasmans (°16 september 1912) in ’s Gravenvoeren. Hij had haar daar leren kennen omdat hij in die omgeving als douanier werkte en bij haar ouders, die een café uitbaatten, kost en inwoon had. In het najaar 1995 hebben Rita en ik hem een dag met onze camper meegenomen naar die streek, zodat hij honderduit kon vertellen over zijn jonge jaren. “Vroeger had ik altijd dorst, maar ik had geen geld”, verkondigde hij. “Nu heb ik geld genoeg, maar ik heb geen dorst meer.” Joris heeft zelf nooit kinderen gehad. Samen met zijn vrouw bekommerde hij zich bewonderenswaardig over een jongetje in zijn buurt dat hij, ook na de dood van Victorine op 9 juli 1971, met raad en daad begeleidde tot en met zijn volwassenheid.

Mijn peter heeft mij altijd wat aan de acteur Lee Marvin doen denken, zowel qua uiterlijk als wat betreft de karakters die Lee in zijn films vertolkte: eerlijk, recht door zee, geen compromissen sluiten. De laatste paar jaren van zijn leven bracht hij door in het bejaardentehuis in Hasselt. Toen we hem daar kwamen ophalen voor onze rondrit had hij gezegd: “Daar, die bus is van mijn petekind. Hij komt mij halen.” Of ze er veel van begrepen hadden, is twijfelachtig, want op zijn afdeling was Joris nog steeds een competente, lucide en rechtoplopende verschijning temidden van dementerende bejaarden. Met zijn stok, zijn hoed en zijn lange jas liep hij als een de burgemeester door de gangen. Hij was een toeverlaat voor zijn medebewoners.

Toen hij na een korte ziekte op 4 januari 1996 overleed in Hasselt heb ik zijn wandelstok gekregen. Het is voor mij een dierbaar aandenken.





24 juni 2009

Aflevering 070: Het gezin van Lieven Joniaux

Deze aflevering werd tijdelijk geschrapt. De betrokken familie zal de gegevens actualiseren, zodat ze aan de blog toegevoegd kunnen worden.

Aflevering 069: Het gezin van Lucianus Antonius J

Lucianus Antonius Joniaux (bovenaan links staand op de welkomsfoto bovenaan de blog), de oudste zoon van Antoon Evrard Joniaux, werd geboren op 5 september 1913 te Kesselt. Over zijn jeugd is mij niets bekend. Voor zijn werk als telegraafbediende is hij in Brussel terecht gekomen. In die tijd fabriceerde hij de eerste radio van het dorp: een klein toestelletje met een luidsprekertje dat je tegen je oor moest houden en een kabel die als antenne tegen een houten paal in de tuin bevestigd was.

Op 20 april 1938 huwt hij in Brussel Romanie Rosalie De Brandt. De jongedame was op 25 juli 1909 in Dendermonde geboren. Het koppel ging in deze stad wonen en ze kregen er twee van hun drie kinderen (zie gezinsdiagram).

Op 19 november 1939 werd Gentil Evrard geboren. Zes jaar later, op 1 mei 1945, zag Guy Leon Achille het levenslicht.

Het gezin verhuisde naar Tongeren en op 20 augustus 1948 werd Sybilla Orpha Georgette geboren te Rocourt. Aangezien zij de naam Joniaux niet kon/kan verder zetten, verlaten wij hier haar levensweg. Toch wens ik haar via dit medium (ik weet dat ze geïnteresseerd is) van harte te groeten en druk de hoop uit elkaar nog eens minder virtueel te ontmoeten.

Ook dit gezin kreeg haar deel van de smart die onlosmakelijk verbonden is met het leven. Op 1 oktober 1956 overlijdt Guy ten gevolge van een ongeval. Hij was toen 9 jaar. In het verleden was het overlijden ten gevolge van infectieziekten dé grote doodsoorzaak bij kinderen. Pas na de tweede wereldoorlog kwam het gebruik van antibiotica goed op gang. Het bracht een verschuiving teweeg in de doodsoorzaken bij volwassenen én kinderen. Door het uitbreiden van het verkeersnet, kwam er echter een nieuwe doodsoorzaak naar voor: de verkeersslachtoffers. Spijtig genoeg werd ook het gezin Joniaux-De Brandt hierdoor getroffen. Een herinneringsprentje vind je op JSDocuments.

Wij hadden met mijn oom en tante (zoals altijd “te”) weinig contact. Zij hadden geen auto en de afstand tussen onze woonplaats Hamont en Tongeren bedroeg toch ongeveer 80 km. Enkel bij bijzondere gelegenheden kwamen we elkaar tegen, zoals het 40-jarig huwelijksfeest van mijn ouders in 1989. De hierbij ingesloten foto’s zijn op dat ogenblik genomen.

Eigenaardig genoeg had Rita – in die tijd nog mijn vriendin – in de jaren 1977-1979 meer contact met Lucianus (nonk Lus) en Romanie. Zij liep in die tijd school in Tongeren en regelmatig kwamen zij elkaar aan de basiliek tegen. Telkens opnieuw wist mijn oom, gentlemen-charmeur als hij was, haar met mooie woorden te begroeten. Ikzelf sprak hem voor het laatst toen ik een opleiding gaf in het Sint Jozefrusthuis te Tongeren, waar hij op dat ogenblik verbleef. Ook op hem bleek de tijd langzaam in te werken. De luciditeit van vroeger vervaagde beetje bij beetje.

Op 26 september 1994 had Lucianus afscheid moeten nemen van zijn echtgenote. Hijzelf overleed op 11 juli 2000 in Leuven. Van beiden vind je een herinneringsprentje op JSDocuments. En dat het geloof/religie een grote rol speelde in het gezin Joniaux-De Brandt wordt geïllustreerd door de Latijnse spreuk en de bijna Kesseltse koan op Luciens herinneringsprentje. En voor hen die hun tanden willen stukbijten op dit laatste: kroensjelen zijn kruisbessen!





Aflevering 068: Eindelijk geld!

Op 24 februari 1892 overleed Leonie Ablay na een korstondige ziekte tijdens een verblijf bij de familie Joniaux-Ablay in de Nerviërsstrat 33 te Antwerpen.

Op 19 maart 1892 en op 15 april 1892, voor de meeste betrokkenen (waaronder Alidor Henri Joniaux) geheel onverwacht, betaalden respectievelijk de verzekeringsmaatschappijen Nederlandsche Maatschappij (Société Générale Neerelandaise sur la vie et de rente Viagères) en La Baloise de sommen van 40.000 frank en 30.000 frank als verzekering genomen op het leven van Leonie Ablay. Beide polissen waren nog maar pas gedagtekend (namelijk op 2 januari 1892 voor de ene maatschappij en 21-23 januari 1892 voor de tweede), nadat de geneesheren van beide maatschappijen bij Leonie op 24 en 30 december 1891 geen organische ziekte hadden vastgesteld. Begunstigde was Jeanne Faber, dochter van Maria Théresia Ablay en stiefdochtochter van Alidor Henri Joniaux. Doordat Jeanne pas meerderjarig was geworden en nog net niet getrouwd was, kon zij volledig vrij beschikken over dit bedrag en ze schonk het aan haar moeder. Was Leonie vroeger gestorven, dan had een familieraad over de besteding van het geld moeten beslissen; was ze enkele maanden later overleden, dan had echtegoot Oscar Mertens medezeggenschap gehad.

Volgens Mevr. Joniaux-Ablay werd 30.000 frank besteed aan de bruiloft en de uitzet van Jeanne (drie keer de jaarwedde van Alidor Henri!), terwijl ze de overige 40.000 frank gaf aan haar zus Emilie, die met een deel hiervan (30.000 frank) een nog “geheime” schuld van haar moeder (Ablay) afloste. Voor broer Charles Ablay en zus Hortense Ablay was deze “geheime” schuld onbekend.

We kunnen ons de vraag stellen of deze bewering helemaal correct is, want onmiddellijk hierna voert Maria Théresia de betaling uit van leningen verkregen door het verpanden van juwelen in de Berg van Barmhartigheid (zie aflevering van 3 februari 2009) en van leningen bekomen van Mad. Honoré, Mad. Guyot-Vanpraet en van baron Eduardus Josephus Franciscus de Paulo Osy de Zegwaart. Had ze deze laatste immers niet beloofd de lening snel terug te betalen?

Het gezin Joniaux-Ablay leek een tweede financiële adem teruggevonden te hebben, want niet lang na deze gebeurtenissen vertrekken (stief-)dochter Marie Marguerite Joniaux, op dat ogenblik 20 jaar jong, en Maria Théresia op reis naar Italië en… Monaco.
Wil je weten of deze reis naar het Zuiden een nieuwe wending gaf aan het leven van deze Joniaux-tak, blijf dan onze blog volgen.

Aflevering 067: Tyfus, meningitis of griep?

Reeds een aantal weken publiceren we de gebeurtenissen die zich afspeelden tussen de jaren 1886 en 1892 in en rond het gezin Joniaux-Ablay na het huwelijk van weduwnaar Alidor Heni en weduwe Maria Théresia. In welke mate de vier kinderen (Maria Marguerite, Marthe en Charles Joniaux Dumon en Jeanne Faber Ablay) op de hoogte waren van de financiële problemen waarmee het gezin onophoudelijk te kampen had, is niet geweten. Wel denk ik dat we er enigszins in geslaagd zijn een beeld te schetsen van de omgeving waarin deze kinderen adolescent werden en langzaam tot volwassenheid opgroeiden.

In het begin woonde bij het gezin ook de moeder van Maria Théresia Ablay en haar zus Leonie. De moeder, weduwe Ablay, had op latere leeftijd wat schulden gemaakt en aangezien Leonie (geboren rond 1850) ongehuwd was, kon men kosten besparen door bij het gezin Joniaux-Ablay in te trekken. Moeder Ablay trok als generaalsweduwe een pensioen van 3000 frank. Om haar en Leonie de mogelijkheid te geven rond te komen deden zoon Charles Ablay en de echtelingen Joniaux-Ablay daar jaarlijks samen een bedrag van 4800 frank bij. Na het overlijden van moeder Ablay, ging Leonie bij haar zus Emilie wonen in de Hamerstraat te Brussel en zodra de Joniaux’s zich in Antwerpen gesetteld hadden, bracht ze hier jaarlijks enkele maanden door.

Leonie verheugde zich dan ook toen ze de trouwplannen van haar nichtje Jeanne Faber vernam en begin 1892 logeerde ze opnieuw in Antwerpen met de bedoeling daar te blijven tot na de bruiloft. In de loop van februari werd ze echter ziek, en zij, die in het verleden in uitstekende gezondheid verkeerde, moest het bed houden. Haar zus Maria Théresia stond persoonlijk in voor haar verzorging. Dr. Ruelle, de behandelende geneesheer, kon geen eenduidige oorzaak vaststellen. Misschien was het tyfus, een hersenvliesontsteking of een vorm van griep met zware verstopping van de ingewanden. Marie Théresia had er echter geen goed oog in en zij stelde aan haar godvruchtige zus Leonie voor haar biechtvader De Schepper (what’s in a name!), onderpastoor in St. Joost-ten-Noode, te ontbieden. Ongerust geworden liet de andere zus, Emilie, Dr. Philippe uit Brussel haar zus onderzoeken op 22 februari 1892. Volgens hem was het tyfuskoorts met longverwikkeling en een lichte staat van hersenberoerte.

Op de avond van 24 februari had Dr. Ruelles Leonie nog in relatief stabiele conditie aangetroffen, doch toen hij in allerijl diezelfde nacht bij de zieke werd ontboden, kon hij nog enkel het overlijden vaststellen.

Onmiddellijk bracht Maria Théresia met een brief haar schoonbroer de heer Bedé, echtgenoot van Hortense Ablay, op de hoogte:

“Donderdag, (25 februari 1892), 1 uur ’s morgens. Onze arme Leonie komt te sterven. Ze heeft een tweede bloedopdrang gekregen rond 5 uur en onmiddellijk daarna is zij in diepe slaperigheid gevallen. Zij is niet meer tot haarzelve gekomen en is gestorven zonder pijn, al slapende… Zeg aan Hortense, ik bid u, dat ik de inlichtingen aangaande de begrafenis verwacht, die ik haar gevraagd heb. In alle geval, wij wensen uitdrukkelijk dat het vrijdag namiddag verloopt ofwel zaterdag morgen heel vroeg.”

23 juni 2009

Aflevering 066: Een lijk in de vijver

Op 26 oktober 1890 verdronk Lionel Ablay, zoon van Alfred Ablay, neef van Maria Théresia Ablay en dus aangetrouwde neef van Alidor Henri Joniaux, in de vijver van het park bij het kasteel van zijn grootmoeder douairière (weduwe van adel) Meskens. We zijn er nog niet gans uit of dit kasteel nu in Lubbeek, dan wel in St.-Joris-Winge gelegen was. Voorlopig is de plaats niet zo erg belangrijk. Natuurlijk waren vrienden en kennissen geschokt bij het vernemen van het plotse overlijden van deze jongeman, zeker omdat de omstandigheden waarin het ongeval gebeurde niet erg duidelijk waren. Bovendien kregen de oom van het slachtoffer, Charles Ablay, die door zijn huwelijk grote welstand genoot, en de adellijke Mevr. Meskens reeds op 30 oktober en 8 november brieven toegezonden waarin anoniem gedreigd werd een groot schandaal in de openbaarheid te brengen. De afperser vroeg 25.000 frank zwijggeld. Onmiddellijk werd een onderzoek ingesteld naar de omstandigheden van de dood van Lionel, maar niets in het onderzoek wees erop dat een misdaad in het spel was.

Ook Maria Théresia Ablay kreeg een veertien dagen later een anonieme brief die ze aan haar neef George, broer van Lionel, liet lezen. Hierin werd niet alleen gewag gemaakt van de 25.000 frank zwijggeld, maar er werd – voor ons zeer eigenaardig – George beloofd dat hij van dit geld 10.000 frank zou krijgen ter aflossing van zijn schulden. Nadat hij de brief met veel verbazing gelezen had, verscheurde Maria Théresia hem en wierp hem in het vuur. Naar ze zei zou haar man, Alidor Henri, wel meer van zulke anonieme brieven krijgen en zij was van mening dat men deze afpersers best kon negeren. De tussenpersoon, die de volgende dag het antwoord zou komen ophalen, werd nooit gezien. Voor zover wij weten werd er ook nooit enig zwijggeld betaald.

In het jaar 1891 werd het duidelijk dat de relatie die Jeanne Faber (stiefdochter van Alidor Henri Joniaux) aangeknoopt had met de heer Oscar Mertens, zoon van een wijnhandelaar in Antwerpen, ernstig was en een huwekijk werd in het vooruitzicht gesteld. De verloving gebeurde officieel op 15 januari 1892 zoals in een brief van 19 januari 1892 aan Hortense Vandenkerckhove, moeder van Alidor Henri, te lezen is. Maar een bruiloft zou opnieuw grote kosten met zich meebrengen en de financiële toestand van het gezin Joniaux-Ablay liet dit niet toe. Misschien kon de familie van de bruidegom de kosten op zich nemen.

Om het gezinsbudget opnieuw wat op te krikken wist Maria Théresia enkele welgestelde personen (waaronder baron Eduardus Josephus Franciscus de Paulo Osy de Zegwaart, gouverneur van de provincie en grootgrondbezitter) ertoe te overhalen haar een beperkte lening toe te zeggen. Ze zou deze leningen vrij vlug kunnen terugbetalen gezien haar dochter Jeanne Faber op 3 februari 1892 meerderjarig werd en bij die gelegenheid beschikking kreeg over een aanzienlijke som geld.

Op deze wijze legde Maria Théresia zichzelf een deadline op…




Aflevering 065: Het verhaal gaat verder...

In 1889 was Monte Carlo “the top of the bill”! De stad werd pas in 1866 opgericht in de ministaat Monaco en was/is nog steeds bekend omwille van zijn Grand Casino. Misschien hoopte Maria Théresia Ablay, echtgenote van Alidor Henri Joniaux dat deze stad haar het geluk zou brengen dat ze zo hard nodig had omdat ze dezelfde naam droeg als haar (stief)zoon Charles (Carlos). Monte Carlo is immers de Italiaanse benaming van de berg genoemd naar Charles III van Monaco. We weten het niet. Wat we wél weten, is dat zij bij thuiskomst opnieuw geld weet te bekomen van meerdere personen – al dan niet zogezegd – om de schulden van haar broer Alfred én haar schoonbroer Leo te betalen.

Andermaal (29 augustus 1889) komt Hortense Vandenkerckhove, Alidor Henri’s moeder tussen en ditmaal om de schulden van haar zoon, die hij maakte door ongelukkige investeringen te doen in de spoorwegen vóór hun huwelijk (zie aflevering van 30 augustus 2008) af te lossen. Het gezin Joniaux-Ablay lijkt weg te zinken in financieel drijfzand. Hoe harder men zich weert, des te dieper men zinkt. Blitz-oplossingen zoals gokken laten een enkele keer proeven van het geluk. Veel vaker slaat het noodlot onherroepelijk en onverbiddelijk toe. Soms lijkt de redding nabij, doch dit is als een fata morgana die verdwijnt van zodra men hem nadert.

In oktober 1889 werd George Ablay, zoon van Alfred Ablay en diens echtgenote Meskens d’Eglegem, meerderjarig. De jongeling was na het overlijden van zijn moeder in 1873, samen met zijn broer Lionel, door zijn vader aan zijn lot overgelaten. Nadat vader Alfred via omzwervingen in Argentinië en Algiers in Parijs terecht was gekomen, had de nabije familie (moeder Meskens, oom Charles Ablay en tante Marie Théresia) een oogje in het zeil gehouden. George, die samen met zijn grootmoeder Mevr. Meskens enige bezittingen had, bleek schulden gemaakt te hebben waarvan hij het bestaan voor zijn grootmoeder wenste geheim te houden. Maria Théresia stelde hem in juli 1890 voor om als bemiddelaarster op te treden voor een lening van 38.000 frank die op die wijze verborgen kon blijven voor Mevr. Meskens. Natuurlijk, voor wat hoort wat. Van de 38.000 geleende franken gingen er 15.000 frank naar George zelf en de overige 23.000 frank werden aan tante Maria Théresia overgemaakt bij wijze van commissieloon! Daarenboven werd de kwitantie pas door haar opgemaakt nadat veel later haar broer Alfred (vader van George) boos hierop aandrong.

De afhandeling van deze voor haar lucratieve transactie kon niet snel genoeg gaan. De situatie werd steeds wanhopiger en op 30 november 1890 ontving Hortense Vandenkerckhove opnieuw een smeekbede:

“Lieve moeder, wees zo goed de hierbij ingevoegde wissel in regel te brengen. Ik verwacht het geld dat George mij beloofd heeft te zenden. Doch, daar ik niet weet hoeveel hij mij zenden zal, gelieve het bedrag niet in te vullen. Ik zal dat zelf doen. Het bedrag is achtduizend frank. Ik zal dus het woord vijf of zes invullen, naargelang ik ontvangen zal. Neem enkel goed aandacht dat gij de letter “m” van het woord “duizend” (“mille” – nvdr) met welk de regel begint, niet in hoofdletter schrijft.”

De bloglezer, die zich ooit de moeite getroostte om zich doorheen de meer dan 900 pagina’s tellende turf Anna Karenina van de hand van Tolstoj (publicatiejaar 1877) te worstelen om in de laatste 20 pagina’s getrakteerd te worden op een knap staaltje filosofische conclusies, zal vast en zeker de overeenkomsten met dit deel van de Joniaux Saga opgevallen zijn. Rond het (vrouwelijke) hoofdpersonage ontspint zich een kluwen van personen, zich veelal situerend in de kringen van de gegoede burgerij en het leger en zich afspelend in hetzelfde tijdperk. Sta mij toe toch enkele niet onbelangrijke verschilpunten op te merken: Ten eerste is de Joniaux Saga integraal het relaas van werkelijk gebeurde feiten en niet het resultaat van fantasieën. Ten tweede is ons schrijverstalent slechts een flauw afkooksel van Tostoj’s magistrale pen. Maar… we doen ons best en we werken er aan.

Wordt weldra vervolgd…

Aflevering 064: Verhuis naar Antwerpen

Een poging om in de herfst van 1887 de financiële problemen recht te zetten door te gaan gokken in het Casino van Spa was dus mislukt en Maria Théresia Ablay moest de meest vernuftige constructies bedenken om het gezin Joniaux-Ablay aan geld te helpen. Op 11 mei 1888 schreef zij volgende brief aan haar schoonmoeder Hortense Vandenkerckhove (weduwe van Henri Joniaux) in Gent:

“De toestand van Herni (zij bedoeld hier Alidor Henri – nvdr), geloof mij, is de moeite waard om er zich mee bezig te houden. Ik heb hem woensdag verrast wijl hij tranen stortte, omdat de stappen door hem aangewend voor de vervaldag van de 15de mislukt waren. Men vraagt hem 10 ten honderd (10% interest – nvdr) om de wissel te hernieuwen. Gij begrijpt dat het verschrikkelijk is. Dat zou 4000 per jaar zijn… Ik bezweer U: redt zijn positie, redt zijn leven. Wij zullen zeker een ongeluk tegemoet gaan, indien gij niets vermoogt.”

Schoonmoeder Hortense Vandenkerckhove laat haar goede hart spreken, want ook al is zij toch enigszins gereserveerd ten opzichte van Maria Théresia – zij spreekt haar aan met “Madame” – Alidor Henri is haar zoon en ze wil hem zoveel mogelijk verder helpen. Op 29 mei 1888 wordt de akte ondertekend, waarin zij hen 30.000 frank ter beschikking stelt, maar dit niet zonder een waarborg te eisen. Deze waarborg wordt door haar (aangetrouwde) kleindochter Jeanne Faber geleverd. Mocht deze jonge dame onverhoeds komen te sterven, dan zou een levensverzekering worden uitgekeerd aan haar moeder Maria Théresia Ablay, die dan op haar beurt haar schulden zou kunnen inlossen. Ingewikkelde constructies, maar het hoorde erbij.

Hoe nijpend het probleem wel was, wordt duidelijk geïllustreerd door volgend voorval. Amper twee dagen na het verkrijgen van de lening van haar schoonmoeder, stapt Marie Théresia naar de Berg der Barmhartigheid in Brussel om daar 12 zilveren couverts te verpanden en zo een lening aan te gaan van 140 frank. De Berg van Barmhartigheid is een “pandjeshuis” dat sinds 1618 tot op de dag van vandaag bestaat. Het is gelegen in hartje Brussel, halfweg het Zuidstation en het Centraal station. Men kan er snel en discreet, zonder dat men vragen stelt omtrent de bestemming, een lening verkrijgen waarbij men verpande voorwerpen zoals zilverwerk, uurwerken, juwelen, enz. als borg geeft tot een vooraf bepaalde vervaldatum waarop de lening dient terugbetaald te zijn. De enige eis die men stelt, is een geldig identiteitsbewijs.

En dan wordt Alidor Henri Joniaux in de herfst van 1888 benoemd tot hoofdingenieur 2de klas bij de Dienst Bruggen en Wegen in Antwerpen. Wanneer je denkt dat deze promotie enig soelaas bracht, dan vergis je je. Integendeel. Door deze overplaatsing moest een nieuwe woning gezocht worden. Het gezin trok naar de Nerviërsstraat 33 te Antwerpen. De inrichting hiervan en het opbouwen van nieuwe relaties in een nieuwe stad kostten handenvol geld. Geld, dat bekomen werd door… een nieuwe lening af te sluiten op 3 december 1888. Deze keer ten bedrage van 4000 frank, geleverd door een zekere De Naeyer. Maria Théresia kan de kennis Van Calster er enkel toe overhalen een goed woordje voor haar te doen door hem te vertellen dat het geld niet voor haarzelf is, maar om de schulden van haar broer Alfred te betalen.

Nauwelijks deze lening bekomen vertrekt zij naar Monte Carlo (in het ministaatje Monaco) om… te gokken!



Aflevering 063: Gokken

De financiële situatie van Alidor Henri Joniaux was ten tijde van zijn huwelijk met Maria Théresia Ablay in 1886 niet van die aard dat hij de geldproblemen van zijn kersverse bruid kon rechtzetten. Volgens onze inlichtingen moet ook hij op dat ogenblik een schuld gehad hebben van minstens 13.000 frank.

Gezien de jaarwedde van Alidor Henri ruimschoots tekort schoot om het deficit te dekken, begon hun huwelijk dan ook niet onder een goed gesternte. Langs alle kanten werden nieuwe leningen aangegaan: met het ene gat vulde men het andere. In die dagen ging men niet zomaar naar een bank, maar werd er vaak geleend van particulieren, die op geen enkele wijze inzicht hadden in de solvabiliteit van het gezin. Vaak stonden vrienden, kennissen of familie borg voor geleende bedragen. Maria Théresia kende haar wereld uitstekend, want in de hogere kringen waar ze zich thuis voelde, bleef ze steeds opnieuw geldschieters vinden: notarissen, baronnen, generaals en rijke weduwen zoals Mevr. Meskens. Vaak bleek haar echtgenoot, Alidor Henri, hiervan niet op de hoogte te zijn. Het lijkt erop dat hij zich concentreerde op zijn job, terwijl zijn vrouw de boekhouding bestierde.

Er is niets nieuws onder de zon. Als een duivel in een wijwatervat wrong Maria Théresia zich in alle bochten om onder de financiële druk uit te komen. Alle middelen tot het bereiken van dat doel werden ingezet. Zo vertrok ze op 11 augustus 1887 naar Spa, waar ze naar we menen zelfs ook op huwelijksreis geweest was. Deze keer probeerde ze in het Casino het tij te doen keren en ze hoopte op de winst die hun leven zou veranderen. Spa was aan het eind van de 19de eeuw een mondain stadje in de Ardennen, dat zijn roem dankte aan de vele waterbronnen en waar de beau monde onder het mom van gezondheidsredenen elkaar trachtte de loef af te steken wat betreft grandeur. En je ziet het ook aan ons taalgebruik (mondain, beau monde, grandeur): waar je ook vandaan kwam: de voertaal was Frans. In de loop van de 20ste eeuw verpauperde het stadje stelselmatig. Het Casino heeft weliswaar altijd zijn uitstraling behouden, maar de hotels zijn in verval geraakt. De laatste jaren is hierin enige kentering gekomen en het is zeker de moeite waard er eens een bezoekje te brengen om zoals destijds te flaneren in het Parc de Sept Heures of te wandelen in de bossen. In het kader van onze research deden we dat op 18 oktober 2008 en we poseren op bijgevoegde foto in volle wandeluitrusting voor het Casino.

Maria Théresia zal zich vast en zeker gehuld hebben in een ander soort kledij. Op die wijze kon ze zonder veel argwaan te wekken hier en daar nog een kleine lening lospeuteren die ze inzette op de speeltafel. Maar het geluk zat niet mee. De kaarten wilden niet meewerken tijdens het baccarat kaartspel en tot overmaat van ramp werd Alidor Henri Joniaux’ echtgenote zelfs beschuldigd van valsspelerij. Uiteraard protesteerde zij hevig, maar ze werd onherroepelijk de speelzaal uitgezet…

Aflevering 062: Financiële problemen

We komen even terug op aflevering 044, waarin we de figuur van Fréderic Faber, eerste echtgenoot van Marie Théresia Ablay, toelichtten. We meldden dat hij, bij zijn overlijden in 1884, zijn vrouw en dochter met een financiële kater achterliet. Door dit zo te stellen, hebben we geen enkel idee betreffende de omvang van dit probleem en ook al is het na meer dan 120 jaar niet zo evident, toch zal het hanteren van cijfers een iets duidelijker beeld scheppen. We konden achterhalen dat hij bij zijn overlijden 37.931 frank hypothecaire schulden naliet. Hier bovenop komen nog andere schulden waarvan het bedrag tenminste 50.000 frank moet bedragen hebben. Als we weten dat Alidor Henri met een goed betaalde betrekking tussen de 10.000 frank en 12.000 frank jaarwedde had, dan begrijp je onmiddellijk dat een huizenhoog probleem zich aanbood. Het feit dat we hier zo diep ingaan op deze materie, heeft niets te maken met sensatiezucht. Het zal ons helpen het hierna volgende beter te begrijpen en ik ben ervan overtuigd dat de betrokkenen met deze werkwijze zouden ingestemd hebben.

Hoe was het zover kunnen komen? Fréderic Faber had als bediende bij de Raad van Mijnen gewerkt en trok sinds 1872 een pensioen van zijn ouders (zoals dat in die dagen meer het geval was). Of hij een extravagante levensstijl had, wordt door sommigen betwijfeld. Volgens hen zou hij een eenvoudig man geweest zijn die enkel kosten maakte door de aankoop van boeken en de uitgifte van de door hem geschreven encyclopedie. Op basis van de gegevens verstrekt door de weduwe Faber (nadien Mevr. Joniaux-Ablay) moet echter geconcludeerd worden dat de gehele verantwoordelijkheid voor het tekort bij haar eerste man lag. Mogelijks ligt de waarheid ergens in het midden.

Het passief van de gemeenschap kon niet gedekt worden door de verkoop van onroerende goederen van de overledene. De prijs hiervan bleek nauwelijks voldoende om de hypothecaire schulden in te lossen. Ook de som van 28.454 frank die dochter Jeanne Faber erfde van haar vader kon hierbij niet baten.

Maria Théresia had, zoals wettelijk toegestaan, de gemeenschap tussen beiden laten varen (zoiets als een persoonlijk faillissement), maar toch nam zij een aantal betalingen voor haar rekening. Hierbij dient wel vermeld dat zij enerzijds een regeling kon treffen waarbij zij de helft van de erfenis die haar dochter Jeanne van haar grootouders zou gaan trekken, naar zichzelf kon toeschuiven. Anderzijds werden een aantal rekeningen vereffend door een nieuwe lening die zij en haar nieuwe echtgenoot Alidor Henri Joniaux aangingen ten belope van 25.000 frank; een lening waarbij Mevr. Meskens, schoonmoeder van haar broer Alfred Ablay (zie relatiediagram) borg stond.

Zoals te verwachten sloeg moeder Faber (geboren rond 1810) met toenemende woede de afloop van deze zaken gade. Het gedrag van haar voormalige schoondochter stond haar alles behalve aan. Maar zelfs toen haar zoon Fréderic nog leefde, had ze tegen wie het wilde horen, haar ongenoegen over Maria Théresia Ablay geuit. In het begin van hun huwelijk hadden schoondochter en zoon nog bij haar ingewoond, maar de karakters lagen zo ver uit elkaar, dat deze toestand onhoudbaar bleek. Maar ook daarna bleef het gedrag van de schoondochter een doorn in het oog. Hoe haalde ze het in haar hoofd om voor een weduwnaar met drie kinderen feesten te organiseren in haar eigen huis, terwijl (in die tijd) haar man Fréderic nog leefde? Je hoefde niet paranoïde te zijn om daar iets achter te zoeken. Ja, Aldior Henri zou voor deze feesten weliswaar betaald hebben, maar zat hijzelf er dan zo warmpjes in?

Meer hierover in ons volgend bericht.

Afelvering 061: Protagonisten in een moeilijk verhaal

In aflevering 044 publiceerden we de voorlopig laatste aflevering van de “Ecuadorian Connection”-verhaallijn. Dit deel van de Joniaux Saga beschrijft de gebeurtenissen die zich afspeelden rond de voorouders en nakomelingen van Charles (later Carlos) Joniaux, die, zoals we nog zullen zien, naar Ecuador emigreerde. Wil je de draad weer oppikken, klik dan op de link “Ecuadorian Connection” en herlees de afleveringen vanaf 25 augustus tot 21 september 2008 nog eens aandachtig.

Hetgeen nu volgt wordt ontegensprekelijk voor ons het moeilijkste stuk uit de hele Joniaux Saga. Niet alleen dienen we ingewikkelde relaties tussen talrijke personen te ontrafelen, maar de belangrijkheid van de gebeurtenissen dwingt ons dit op een zo secuur en oprecht mogelijke wijze te doen. We hebben lang moeten nadenken over de werkwijze die we zouden gaan hanteren bij het presenteren van de informatie opdat onze lezers de gedachtegang, die een zo nauwkeurig mogelijke weergave van de feiten moet behelzen, stap voor stap kunnen volgen. In eerste instantie zullen we de meer oppervlakkige, voor de toeschouwer zichtbare gebeurtenissen chronologisch beschrijven. Daarna gaan we dieper in op de meer verborgen achtergronden. We wensen dit op een descriptieve, narratieve wijze te doen en we zullen trachten – voor zover mogelijk – alle subjectieve beoordelingen achterwege te laten.

We eindigden de aflevering van 21 september 2008 met de woorden: “Zou met dit huwelijk een einde komen aan de reeks tegenslagen die Alidor Henri Joniaux op enkele jaren tijd te verwerken kreeg?”

Om hierop een antwoord te geven, is het van groot belang de protagonisten te kennen die een rol speelden in de jaren volgend op het huwelijk op 1 maart 1886 tussen Alidor Henri Joniaux (40 jaar oud) en Marie Thérèse Josephe Ablay (38 jaar oud). We maakten hiervoor een schematisch relatiediagram. We raden de lezer aan dit uit te printen en bij de hand te houden bij het lezen van de volgende episoden. Openen in apart tabblad kan natuurlijk ook. Je moet immers al goed in de materie thuis zijn om de draad niet kwijt te raken! Let wel op: broers en zussen staan niet noodzakelijk in volgorde van geboorte, dit om alle gegevens op één pagina te krijgen. Hieronder volgt een korte beschrijving van deze protagonisten.

Hoofdrolspelers zijn uiteraard Alidor Henri en Maria Théresia Joniaux-Ablay. De kinderen van Alidor Henri (met de intussen overleden Ida Dumon), met name Marie Marguerite, Marthe en Charles (Carlos) en de dochter van Marie Théresia (met de intussen overleden Fréderic Faber), met name Jeanne Faber, hebben de gebeurtenissen van op de eerste rang meebeleefd. Deze zullen bepalend zijn voor hun verder leven en dat van hun nakomelingen. Jeanne Faber zal zich in de loop van het verhaal verloven met Oscar Mertens en ook hij dient hier dus vermeld.

Bekijken we de familie van Alidor Henri (linker helft van het relatiediagram), dan zien we dat ook zijn broers Leo(n) en Hector een rol spelen. Deze drie jongens waren allemaal zonen van Henri Joniaux (die intussen overleden was) en Hortense Vandenkerckhove. Haar broers Prosper en Jacques werden reeds eerder uitvoerig toegelicht (afleveringen 22 en 28 maart en 5 april 2008). Jacques was ongehuwd, maar had uit zijn relatie (aangeduid met het teken &) met Mej. J.V.W. een zoon.

Op de rechter helft van het relatiediagram vinden we de “entourage” van Maria Théresia Ablay terug. Een beetje apart staat hier de moeder van haar overleden echtgenoot Fréderic Faber vermeld. Zoals reeds aangehaald, hadden beide dames een ronduit slechte relatie. Maria Théresia had 2 broers en 3 zussen. Twee zussen waren ongehuwd: Emilie en Leonie. Zus Hortense was gehuwd met de heer Bedé. Komend uit een geslacht van militairen was broer Charles Ablay officier bij de Gidsen en ook Alfred Ablay bekleedde aanvankelijk een militaire functie (waarover later meer). Hij was gehuwd geweest met de intussen overleden Mej. Meskens d’Eglegem, wiens moeder ook een plaatsje in het verhaal krijgt. Uit dit huwelijk waren twee zonen geboren: Lionel en George Ablay. Ten tijde van de gebeurtenissen was Alfred samen met Marie Roguès. Tenslotte is er de weduwe Ablay, moeder van Maria Théresia.

Wie zou kunnen vermoeden welke nachtmerrie deze mensen te wachten stond?

Aflevering 060: 2008-2009

We verwelkomen 2009 niet enkel als een nieuw kalenderjaar, maar ook als ons 2de blogjaar. We publiceerden immers op 5 januari 2008 onze eerste episode van de Joniaux Saga. Het wordt dus de hoogste tijd voor een evaluatie van het voorbije jaar en een vooruitblik naar het toekomende.

We probeerden met de Joniaux Saga blog geïnteresseerden over de ganse wereld kennis te laten maken met de belevenissen van Joniaux’s en hun familie doorheen de geschiedenis en dat geschreven in het Engels en het Nederlands. Daarbij hebben we een opdeling gemaakt in drie verhaallijnen, die voorlopig althans onderling (nog) niet met familiebanden verbonden zijn. “The Old Country” vertelt het verhaal van de Joniaux naamgenoten en hun voorouders die op het grondgebied van het huidige België wonen. In “The Ecuadorian Connection” maken we kennis met de voorouders en nazaten van Carlos Joniaux (geboren Charles) die naar Ecuador emigreerde. Soortgelijk wierpen we in “The US Connection” een licht op de perikelen die de migranten naar Noord Amerika, met als hoofdrolspeler Jean Baptiste Joniaux, beleefden.

In plaats van een louter opsomming van namen en data te geven, hebben we getracht de sociaal-economische en historische achtergronden te schetsen waarin de verschillende verhalen zich afspeelden. Zo konden we meebeleven hoe afstammelingen van Jacques Joniaux (The Old Country) in België te kampen hadden met hoge kindersterfte en hoe beide wereldoorlogen hun stempel drukten op hun leven. We hebben hier en daar met wat persoonlijke herinneringen getracht de afstand tussen verteller en lezer enerzijds en het onderwerp anderzijds te verkleinen. In de stamboom van Carlos (The Ecuadorian Connection) komen we een heel andere situatie tegen. Het verhaal speelt zich hier af in de “upper-class” met gegoede burgerij en militairen. Maar ook dit bleek geen immuniteit te bieden tegen tragedies. Jean Baptiste Joniaux (The US Connection) tenslotte waagde, onder druk van hongersnood en epidemieën, de sprong in het duister en zeilde met zijn gezin een onzekere toekomst in de Verenigde Staten tegemoet. Harde tijden vol ontbering stonden hem te wachten.

Maar mensen blijken mentaal ontzettend flexibel te zijn en kunnen als het moet enorm veel dragen. Telkens opnieuw proberen ze er het beste van te maken, elk op zijn manier en met zijn mogelijkheden.

Gedurende een jaar is er exact 3900 keer op de blog geklikt op één van onze ca 70 afleveringen. Elke klik wordt geregistreerd en wij als schrijvers kunnen hieruit informatie putten. We kunnen weliswaar niet zien welke persoon er op onze blog komt, maar we kunnen wel een onderscheid maken tussen de verschillende computers. Zo zijn er lezers die met een bepaalde regelmaat terugkomen; anderen vinden onze blog eerder eenmalig bij wijze van toeval. Veruit de meest trouwe lezers vinden we in België en Noord Amerika. Ook Nederlanders willen bepaalde stukken uit ons verhaal wel eens onder de loep nemen. Al wonen behoorlijk wat Joniaux’s in Ecuador, toch bezoeken zij onze blog eerder sporadisch. We moeten hierbij wel opmerken dat een aantal van hun familieleden intussen uitgeweken zijn naar de VS en van daaruit hun interesse laten blijken. Een enkele keer komen we op de blog een Fransman, een Duitser of een Filippijn tegen. Deze laatste zal zeker verdwaald zijn op Google! Ook dat blijkt interessant, want als mensen via Google onze blog vinden, worden de trefwoorden waardoor zij op ons spoor zijn gekomen geregistreerd. Tot onze grote verbazing komen heel wat lezers op de blog terecht via de episode “Koken met Rita en Jos”!

We hoopten bij het opstarten van de blog ook enige interactie met onze lezers te krijgen zodat we eventueel ontbrekende of foutieve informatie konden aanvullen of corrigeren. Dit valt voorlopig een beetje tegen. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat de verhalen zich tot nog toe vooral in een relatief verder verleden afspeelden. In ons tweede publicatiejaar zullen we steeds vaker de hedendaagse tijd benaderen en we hopen dan ook dat we bij de bespreking hiervan meer reacties allerhande kunnen losweken.

En zo zijn we automatisch bij het volgende blogjaar gekomen. De ruwe gegevens liggen hier in mappen en op losse bladen te wachten om in verhalen gegoten te worden. Zonder veel van de inhoud te verklappen, kunnen we nu reeds zeggen, dat de komende vertellingen nog veel meer verbluffende informatie zullen bevatten (we zullen het woord “spectaculair” met enige omzichtigheid gebruiken). Om alles grondig uit de doeken te kunnen doen, zullen we waar nodig de tijdslijn uitrekken of opvouwen. Dat wil zeggen dat we soms drie afleveringen nodig hebben om de gebeurtenissen van drie weken te vertellen, terwijl we op andere ogenblikken in één aflevering 50 jaar vooruitspringen. Zoals we pas meldden, gaan we trachten de vrouwelijke Joniaux naamgenoten meer aan bod te laten komen: we willen niet seksistisch overkomen!

In elke geval: 2009 belooft een spannend Joniaux-jaar te worden. We wensen jullie veel leesgenot, maar vooral veel geluk en liefde met de mensen rondom jullie. Want als we één ding van onze voorouders kunnen leren, is dat wel het belang van mensen die je steunen en samen met je door het leven willen gaan, ongeacht de omstandigheden.

Rita en Jos

Aflevering 059: De grote brand van Pesthigo

In juni 1869 emigreerden Marie Florence Joniaux en Anasthasia Joniaux, beiden zussen van Jean Baptiste Joniaux, samen met hun moeder Marie Cathérine Blanpain en hun gezinnen aan boord van de S.S. City of Dublin vanuit Antwerpen naar New York waar ze op 29 juni 1869 arriveerden. Zoals je gemakkelijk kan becijferen duurde deze overtocht aanzienlijk korter dan bij hun voorgangers. De opmerkzame lezer heeft bovendien in de naam van het schip de afkorting S.S. gezien: het ging hier dus over een stoomschip.

De huisgezinnen Gaspard-Joniaux en Gilson-Joniaux (familiesdiagrammen in vorige aflevering) vestigden zich in Red River Township, Kewaunee County, Wisconsin. Marie Cathérine werd al snel “Katie” genoemd. Spijtig genoeg heeft men haar niet lang met deze naam kunnen aanspreken. 1871 zou voor heel Wisconsin een desastreus jaar worden en ook voor Katie bleek het gevecht met de natuur uitgevochten te worden met ongelijke wapens. Zij werd op 8 maart 1871 (onder ons onbekende omstandigheden) doodgevroren aangetroffen.

Datzelfde jaar 1871 waren de klimatologische omstandigheden bijzonder extreem. De hele zomer was droog en warm geweest en op vele plaatsen ontstonden kleine branden, veelal door menselijke activiteiten. Bossen werden ontgonnen door gebruik te maken van vuur. De stoomtreinen bliezen vaak gensters de lucht in die de droge vegetatie gemakkelijk deden ontvlammen. Zaagsel van de vele molens en bij huizenbouw bleek ook nogal eens vuur te vatten. Kortom, er waren zoveel kleine brandjes dat er tegen het eind van september 1871 zoveel rook hing dat de schepen in de baai hun misthoorn dienden te gebruiken. Het werd overdag niet eens meer helder, hetgeen hier en daar wel een fin du siècle gevoel gaf. Mogelijks was dit één of andere straf van God. En dan op de avond van 8 oktober gebeurde het. Een koudefront komend van het westen wakkerde de wind aan die de kleine prairiebrandjes aanjoeg tot een apocalyptisch inferno. Met de stad Peshtigo aan de westelijke oever van de Green Bay als “epicentrum” raasde de vuurstorm door de streek. In zijn boek Firestorm at Peshtigo: A Town, Its People, and the Deadliest Fire in American History (ISBN 978-0805072938) schrijft William Lutz: “Een vuurstorm is een natuurlijke nucleaire explosie. Een muur van vlammen, anderhalve kilometer hoog, 8 km breed, vooruitdonderend tegen 200 km per uur, heter dan een crematorium, verandert zand in glas.” Het vuur liet zich door geen rivier stoppen en de vlammen bereikten zelfs de andere oever van de baai. Mensen waren in paniek terwijl de tornado’s van vuur hebben en goed, treinwagons en huizen de lucht in slingerde en verslond in hun verzengende hitte. Sommigen zagen inderdaad de hand van een toornige God in dit natuurfenomeen en deden zelfs geen poging om te vluchten, anderen doken in het water waar veel van hen verdronken. Je kon trouwens je gezicht maar enkele seconden boven water houden omwille van de ontzettende hitte. Een aantal mensen werd omsingeld door het vuur in het bos en trachtten hun leven te redden door met het hoofd in het zand gedrukt in het midden van braakliggende stukken plat tegen de aarde dekking te zoeken. Voor enkelen was dit hun redding. Tegen de tijd dat de storm geluwd was bleken 4850 km2 in vlammen te zijn opgegaan (dit is één zesde van de oppervlakte van gans België!). Twaalf gemeenten waren van de kaart geveegd. Een nauwkeurige becijfering van de dodentol kon nooit gemaakt worden. Enerzijds werden nagenoeg alle registraties verwoest en anderzijds waren er plaatselijk te weinig mensen over om een correcte aangifte van de slachtoffers te maken. Er wordt geschat dat tussen de 1200 en de 2500 mensen het leven lieten in deze voor de VS ergste natuurramp ooit. En toch is deze catastrofe een beetje in de vergetelheid geraakt en bijvoorbeeld veel minder bekend dan de brand van Chicago op diezelfde dag.

Wanneer je de kaart van Wisconsin bekijkt met een aanduiding van het rampgebied, dan zie je dat de Joniaux families op het nippertje ontsnapt zijn aan een gewisse dood. Zij hebben de vlammen van dichtbij gezien en de verstikkende rook ingeademd. Nooit zouden ze deze dag nog vergeten.






Aflvering 058: Verscheurde families

Toen Jean Baptiste in 1856 Europa verlaten had, wist hij dat de kans zeer groot was dat hij zijn ouders nooit meer zou weerzien. En wat zijn vader betreft, werd zijn vermoeden spoedig bewaarheid want in 1858 stierf deze op 66-jarige leeftijd. Zijn moeder, Marie Cathérine Blanpain (zie gezinsdiagram) bleef als weduwe achter. Nadat ook haar dochter Rosalie (zie gezinsdiagram) in 1865 vertrokken was, had ze enkel nog haar twee andere dochters Marie Florence (°23 december 1833 in Corroy-le-Grand) en haar oudere zus Anasthasie (°28 december 1818 in Corroy-le-Grand). Maar wat weerhield hén om ook te vertrekken? Moeder Marie Cathérine Blanpain was weliswaar zo’n 70 jaar, maar als ze met z’n allen gingen wilde ook zij het wel proberen.

Marie Florence Joniaux was op 22 augustus 1854 in Orbais gehuwd met Jean Louis Xavier Gilson (°1827 Orbais) (zie gezinsdiagram). Samen hadden ze in België vijf kinderen: Alice Felicie Gilson(°1857 in Corroy-le-Grand), Hypolite Gilson (°1858 in Corroy-le-Grand), Adolphine Irma (Emma) Gilson (°1862 in Corroy-le-Grand), Charles V. Gilson (°1864 in Mont-St.-Guibert) en Eugene Gilson (°1867 in Chaumont-Gistoux). In 1874 zou nog een laatste dochter geboren worden: Elisabeth (Eliza) Gilson (°1874 in Lincoln Township, Kewaunee County, Wisconsin).

Anasthasie Joniaux was op 15 juni 1843 in Corroy-le-Grand gehuwd met Jean Charles Gaspard (°1819 in Corroy-le-Grand) (zie gezinsdiagram). Zij hadden vier (of vijf) kinderen, allen geboren in Corroy-le-Grand: Adolphe Gaspard (°1841: inderdaad 2 jaar voor hun huwelijk), Olivier Gaspard (°1844), Constant Joseph Gaspard (°1846) en Jules Gaspard (°1850). Een vijfde kind Mary Gaspard, dat geboren zou zijn rond 1860, werd in de volkstelling van 1870 in de Verenigde Staten opgegeven als zijnde een dochter, maar hiervan werd geen geboorteakte gevonden in België. Mogelijks gaat het hier over een adoptiefdochter die met het gezin de overtocht gemaakt heeft. Zoon Jules Gaspard stierf in 1864 op 14-jarige leeftijd in Corroy-le-Grand.

Ook voor deze mensen was de beslissing om België te verlaten niet voor de hand liggend. We moeten er ons van bewust zijn dat voor hen meestal het afscheid definitief was. Heden ten dage kan je al eens heen en terug vliegen om familie te bezoeken, doch in die tijd was het vrijwel steeds enkele reis. Adolphe Gaspard, zoon van Anasthasie Joniaux was in 1866 gehuwd met Josephine Denis. Zij wilden/konden niet mee en zouden dus alleen achter blijven. Het was voor Anasthasie Joniaux en Marie Cathérine Blanpain vast niet gemakkelijk hun kleinkind en achterkleinkind Anastasie, dat in 1867 geboren was, achter te laten in de wetenschap dat ze het nooit meer zouden terugzien...







21 juni 2009

Aflevering 057: De strijd om het bestaan

Je kon het al vaag vermoeden, maar bij aankomst in Wisconsin troffen Jean Baptiste Joniaux en zijn gezin alles behalve een luilekkerland aan. En misschien zou je, na het zien van de belevenissen van pioniers in westernfilms, verwachten dat één van de grote problemen bestond in het zich verweren tegen indianenstammen. Op dat vlak bleek het nogal mee te vallen. Gelukkig had de stam van de Winnebago’s, een nogal oorlogzuchtig volkje dat op de prairie leefde, de streek rond 1850 verlaten. De contacten met de bosindianen van de Menominee en Potawatomi stam en met de Oneida stam, die rond 1842 naar deze streek was geïmmigreerd, waren vreedzaam. Zij hadden een goede relatie met de Europeanen.

De grootste uitdaging bleek het gevecht met de natuur. De emigranten kochten stukken grond, die naar Belgische normen immens waren: voor elk gezin tussen de 15 en 30 hectaren maagdelijk bos aan 1,25 dollar per 40 are. Hier moesten ze een nieuw leven opbouwen. Men moest eten en drinken, maar vooral moest er gezorgd worden voor onderdak. Een enkeling had alleen een paraplu om de eerste dagen onder te schuilen! Beetje bij beetje slaagden ze echter in hun een bestaan op te bouwen in en tegen het woud. Men joeg op wild en vogels allerhande. Er werden ceders omgehakt en men bouwde hiermee hutten die bedekt werden met dakspanen en modder.

Maar het werk was zwaar. Het dichte woud, bijna ondoordringbaar, moest gerooid worden om velden van te maken. Vooral tijdens de lange wintermaanden, wachtend op het intreden van de lente, leed menigeen honger. Een zeldzame vogel of vis vormde een feestmaaltijd tussen de tanden van hen die gewoon waren om wortels en wilde uien te eten. Geen paarden, geen vee en geen verbindingswegen tussen de verschillende gehuchten met namen als: Aux premiers Belges, la Sucrerie, Rivière Rouge, Rivière des Loups, Misère, Rosière, Walhain, Brussels, Thiry Daems, Aux Flaminds, Namur en Grandlez. Een vrouw werd zelfs aangevallen door een roedel wolven op terugweg van de molen. Het was een voortdurende strijd om te overleven.

Er werden brieven naar het thuisfront gestuurd waarin men zich desondanks optimistisch uitliet over de vrijheid en het eindelijk bezitten van wat eigendom. En ja hoor, het effect hiervan liet niet lang op zich wachten. Nog meer Belgen waagden zich aan de overstap.
Ook Jean Baptiste nodigde de thuisblijvers uit. Rosalie Joniaux, zus van Jean Baptiste, was het eerste familielid dat de gok waagde samen met haar man Jean François Villers. Na de overtocht aan boord van het schip “Scotland” stapten ook zij op 3 oktober 1865 in New York voor het eerst op Amerikaanse bodem.

Aflevering 056: Aankomst in Castle Garden

In tegenstelling met Henri Joniaux, die in 1855 in Boston arriveerde, zette Jean Baptist in 1856 voet aan wal in New York. Om de immigranten op te vangen had de stad New York in 1855 een immigratiecentrum opgericht in Castle Garden. Dit zou zo blijven tot 1890. Van 1896 tot 1941 was hier het New Yorks stadsaquarium gehuisvest. Vandaag is Castle Garden gekend onder de naam Castle Clinton National Monument. Het fungeert als het bezoekers informatiecentrum voor de New Yorkse Nationale Parken en Monumenten.

Op de 3 bijgevoegde illustraties zie je de gebouwen van Castle Garden. De oudste van deze illustraties dateert van 1848 en geeft een beeld van wat het gezin Joniaux moet gezien hebben bij aankomst (6 jaar later). Ten tijde van het schilderen van dit werk werden de immigranten dus nog niet ingeschreven in Castle Garden. Op de voorgrond zie je immigranten met hun bagage uitschepen, terwijl op de achtergrond de Chinese jonk Keying vlak bij de gebouwen van Caslte Garden voor anker ligt. De tweede prent is van 1906 (dus 50 jaar na de aankomst van Jean Baptiste!). Je kijkt richting Upper New York Bay en je ziet in de verte het Vrijheidsbeeld. Jean Baptiste heeft dit beeld nooit gezien omdat dit pas in 1886 opgericht werd. Ook bemerk je de vele schepen met schouwen in de baai. Onze Joniaux naamgenoten waren bij de laatsten die de overtocht met een zeilschip maakten. Door het gebruik van stoomschepen naar het eind van de 19de eeuw, werd de overtocht korter en aanzienlijk minder gevaarlijk. Op de derde foto zie je een meer hedendaags beeld van Castle Clinton met Battery Park en de New Yorkse skyline.

Bij aankomst werden de immigranten ingeschreven en geclassificeerd met vermelding van naam, leeftijd, land van herkomst en stad van inscheping, het al dan niet geletterd zijn, aankomstdag, schip van overtocht en bestemmingscode. Bij het gezin Joniaux werd als bestemming 7328 ingevuld. Deze code stond voor de Verenigde Staten van Amerika. Zo had je ook code 2880 voor reizigers die naar Canada trokken, 3455 voor Bermuda en 7778 voor New York zelf.

En dan vertrokken Jean Baptiste, Anne Josephine, Théophile, Elisa en de kleine Jean Baptiste (Jr) richting noorden. Ze waren een armoedig land ontvlucht. Ze hadden een moeilijke en gevaarlijke overtocht overleefd. Het kon er alleen maar op beteren… Of toch niet?






Aflevering 055: De eerste Joniaux' in de VS

Vertrokken op 23 juni 1856, zetten Jean Baptiste Joniaux, zijn echtgenote Anne Josephine Delongueville en hun drie kinderen op 5 augustus 1856 als eerste Joniaux voet op het Amerikaanse continent. Of toch niet als eerste?

Tot nog toe hebben we er geen melding van gemaakt, maar reeds eerder zat een zekere Henri Joniaux, geboren op 19 oktober 1822 te Autre-Eglise met emigratieplannen. Hij was de jongste uit een gezin van 4 en zoon van Pierre Joseph Joniaux (°ca. 1789) en Marie Catherine Motoulle (x 21 juni 1810: zie JSD) . Evenals Jean Baptiste Joniaux woonde hij in het door socio-economisch problemen geteisterde gebied van Waals Brabant. Het zal ook voor hem niet gemakkelijk geweest zijn broers Pierre Joseph (°24 oktober 1810: zie JSD) en Ferdinand Joseph (°11 juni 1812: zie JSD) en zijn zus Marie Thérèse (°18 september 1819: zie JSD) achter te laten.

Toch scheepte hij op 15 mei 1855 in aan boord van de Philomena te Antwerpen om op 3 juli 1855 in Boston aan te komen. Samen met hem waren zijn vrouw Marie Joseph Deselle (°1819 te Huppaye) en hun kinderen Henri Joseph (zelfde naam als zijn vader) (°04 januari 1848 te Autre-Eglise: zie JSD) en Sedonie (°1851 Glimes?) vertrokken.

Vanuit Boston zetten zij hun tocht verder naar de pas opgerichte Waalse nederzetting in Green Bay Township, Brown County, Wisconsin. Op 14 juli 1855 ondertekende hij de “Declaration of Intention”. Hierdoor bekwam hij het burgerschap en gaf hij aan zich te schikken naar de regels van de nieuwe natie. Op 22 februari 1858 wist Henri Joseph (sr.) 40 acres grond te verwerven zodat hij als landbouwer verder kon. Sporen van hem vinden we in de volkstellingen t.e.m. 1880. De gegevens over zijn zoon stoppen in het jaar 1870. Is hij verhuisd of overleden? Misschien kunnen sommige bloglezers ons hierbij helpen. Zijn zus Sedonie huwde op 5 november 1871 in Broun County, Wisconsin, met François Deprez (°24 december 1850 in Mélin, België). Zij kregen 5 kinderen die uiteraard niet meer de naam Joniaux droegen.

Omdat deze Joniaux-tak hier blijkbaar stopt wegens gebrek aan mannelijke nakomelingen, gaan we niet verder in op hun leven in de Verenigde staten. Dat neemt niet weg dat Jean Baptiste en zijn gezin niet de enige Joniaux-naamdragers zouden zijn ver van hun thuisland.

20 juni 2009

Aflevering 054: Antoon Evrard Joniaux III

Vooraleer opnieuw een kijkje te gaan nemen naar Jean Baptiste Joniaux en zijn gezin die anno 1856 de transatlantische oversteek waagden om in de VS een nieuw leven te beginnen (vervolg van de blogaflevering 037), wil ik nog één aflevering besteden aan de figuur van Antoon Evrard en dit aan de hand van enkele anekdotes.

Op zekere dag was een oom van mij, naar ik meen Albert (Mathijs Joseph), nog kind zijnde, brandhout aan het hakken. Door een klein foutje hakte hij zich echter zelf het topje van één van zijn vingers af. Uiteraard luid wenend holde hij naar zijn vader met het stukje van zijn vinger in zijn andere hand. Heel kalm nam mijn grootvader het topje, plaatste dat op de vinger, draaide er een proper doekje rond en klaar was kees. Wonder boven wonder infecteerde het niet en het groeide er ook opnieuw aan. No nonsense!

Een ander verhaal illustreert eveneens deze manier van aanpakken. Na de oorlog moest er in Kesselt veel puin geruimd worden. Het dorpje had enorm te lijden gehad onder de bombardementen. Er was immers hevig gevochten om het strategische Albertkanaal. Gezien de diepe ligging (zie ook enkele afleveringen geleden) was het moeilijk deze linie in te nemen, tenzij ondersteund door zwaar geschut. In het dorp stonden dan ook niet veel gebouwen overeind (uitzondering was het ouderlijk huis van mijn moeder). Iedereen stak de handen uit de mouwen om te werken aan de heropbouw. Ook mijn vader deed zijn best. Met een pikhouweel hakte hij in op het puin. Maar hard dat dat was! De vonken sprongen eruit, maar erg vorderen deed hij niet. Dan maar beginnen te graven. Groot was zijn ontsteltenis toen hij merkte dat hij een nog niet ontpofte vliegtuigbom van 250 kg te lijf was gegaan! Heden ten dage zouden de werkzaamheden onmiddellijk stilgelegd worden. De ontmijningsdiensten zouden verwittigd worden en de buurt zou ontruimd worden. Mijn grootvader echter liet achter in de tuin eenvoudig een gat van 2 meter diep graven en met vereende krachten werd de bom daar “levend” begraven.

Af en toe kwam mijn grootvader naar ons thuis in Hamont op bezoek. Met kermis. Hij bleef dan enkele dagen logeren, want 50 km was een hele reis (in die tijd en voor zijn leeftijd)! Op bijgevoegde foto zie je hem in 1961 samen met ons op de kermis in Hamont. Dat kleine jongetje ben ik!

Bompa bleek een taaie kerel te zijn. Op zijn tachtigste liep hij een bovenbeenbreuk op en als toemaat kreeg hij “fleuris” (pleuritis). Voor een aantal ouderlingen betekent zoiets vaak het einde. Antoon Evrard spartelde ook hier weer door en bleek nog meer dan tien jaar voor de boeg te hebben.

In 1976, op een leeftijd van 91 jaar, moest ook hij echter de strijd opgeven. Het laatste wat ik me van hem herinner, is dat mijn tante mij vroeg hem te helpen omdraaien in zijn ziekbed. Ik was 17 jaar oud en voelde mij erg onbehaaglijk. Hoe oud mijn grootvader ook was, ik had hem nooit als hulpbehoevend gezien en nu moest hij zich laten helpen door een tiener om zich gewoon om te draaien in bed. Ik had nog veel te leren.

Op woensdag 18 augustus 1976 overleed Antoon Evrard Joniaux, mijn grootvader, in Kesselt (zie JSDocuments).