14 november 2012

Aflevering 115: Met rood onderlijnd



vervolg van aflevering 114

Op 13 augustus 1914 waagt boer Isidore Mouillard zich uit zijn huis om te gaan zien of zijn gewassen  om de velden richting Racour niet teveel vernield zijn. Plots ziet hij in vers omgewoelde aarde een been uit de grond steken. En onmiddellijk wordt het lot van de verdwenen mannen duidelijk. Hij haast zich terug naar het dorp en men ontdekt onder de aarde 12 vreselijk verminkte lichamen. Constant Bourguignon, 50 jaar, landbouwer en zijn twee zonen Jules (28) en François (18); Joseph Caubers (18) uit Neerheylissem, die zo onvoorzichtig was geweest eens te gaan kijken wat er aan de hand was in Linsmeau; Jean-Baptiste Debotze (59), veldwachter; Edouart Dothée (36); Antoine Etienne (28); Louis Mouillard (28); Henri Paeschen (33); Léon Thirriard (22) en Isidore Triffaux (27) en tenslotte Joseph Joniaux (25), metselaar en zoon van het echtpaar dat in het vuur van hun brandend huis geworpen waren.

In de kerk van Linsmeau vindt men een gedenkplaat met de woorden (vertaald): ”Gedenkplaat ter nagedachtenis van de tragedie van 10 augustus 1914, waarop Teutoonse schurken het dorp van Linsmeau plunderden, acht huizen in brand staken en 18 burgers vermoordden.”




 Met dit voorval was de bloedigste bladzijde uit de geschiedenis van Linsmeau geschreven en dit beeld spookte uiteraard in de hoofden bij de nieuwe inval tijdens Wereldoorloog II in 1940. Maar ook de Duitsers bleven het indachtig, want op de kaart van de Staten-Generaal bleek Linsmeau met rood onderlijnd…