Regelmatig legde de voorzitter van het Hof de beklaagde het vuur aan de schenen wat betreft de financiële toestand van het gezin. Uitvoerig gaf Mevr. Joniaux-Ablay blijk van een perfecte dossierkennis en als een echte boekhoudster deed ze al de verrichtingen uit de doeken. Toen op zeker ogenblik haar man Alidor Henri Joniaux in het verhaal voor kwam, werd het haar even teveel. Ze barstte in tranen uit en bepleitte vurig: “Mijn man handelde eerlijk. Werden er fouten in mijn financieel beheer gedaan, dan eisch ik al de verantwoordelijkheid ervan voor mijzelve. Mijn man en mijne kinderen zijn schuldeloos en moet ik getroffen worden, dat, tenminste, hun naam onbevlekt blijve!”
Nu, Alidor Henri’s naam kon niet meer onbevlekt blijven. Al was het maar omwille van het feit dat iedereen over de hele wereld sprak over de geruchtmakende affaire Joniaux en niet Ablay. In de aanloop naar het proces had hij reeds zijn ontslag ingediend als hoofdingenieur van de Dienst Bruggen en Wegen voor de provincie Antwerpen. In eerste instantie werd dat geweigerd, doch later zag men in dat hij door de gebeurtenissen zijn beroep niet meer op een serene wijze kon uitoefenen. Een althans voorlopig ontslag drong zich dan ook op. Toch mag het zeer verwonderlijk zijn, dat hijzelf, behoudens een enkele allusie in een krant in het verre buitenland, zelden als mogelijke dader of zelfs medeplichtige in een complot werd gezien door de buitenwereld. Dit geeft ons reden om te vermoeden dat hij naar voor gekomen moet zijn als een zeer integer man met onberispelijk karakter.
Nochtans moet het immens moeilijk zijn geweest om zich nog in de stad voort te bewegen te midden van mensen die je bleven aanstaren en zelfs niet te beroerd waren om hem en zijn echtgenote verwijten te maken. Elke keer als het rijtuig met de beklaagde de gevangenis verliet om naar het justitiepaleis geleid te worden, werden gendarmes te paard voorzien en op zeker ogenblik moest het volk in de straat van het gerechtsgebouw hardhandig teruggedrongen worden. Er werden grappen verzonnen die verwezen naar de affaire en in de kroegen werden de zeemansliederen afgewisseld door liedjes met niets verhullende namen als: “Schoon zangstuk over de geheimzinnige zaak Antwerpen, Gent, Leuven, opgesteld tot exempel voor oud en jong.” , “Gezang over de Drijdubbele Moord door Vergiftiging gepleegd door Mme Joniaux op haar eigen Zuster, Broeder en Oom.” en “Nieuw Kluchtlied: Hoog Vliegen en Laag Vallen”.
We hebben in onze zoektocht de hand kunnen leggen op de tekst van 4 van deze volksliederen (er zijn er nog meer). Ze zijn een beknopte weergave van de voorafgaande feiten, al dan niet correct, in meerdere (vaak slecht rijmende) strofen en men verhult hierbij de persoonlijke verontwaardiging geenszins. Zelfs voor het proces beëindigd was, hadden de opstellers ervan hun mening al klaar en ze schuwden het niet deze aan hun likkebaardende publiek ten toon te spreiden. Gemeenschappelijk van aard is tevens het slotrefrein of de slotstrofe, waarvan we hier enkele exemplaren publiceren.
“Daar is een da… reeds gehouden aan,
En zit nu in ’t gevang te zuchten,
Ze overweegt nu in getraan,
De boosheid, als zij ’t heeft gedaan.
Wilt steeds uw evenmensch beminnen,
En vermijdt toch alle zucht naar ’t geld,
Anders verliest gij ook uw zinnen
En wordt door duivelsraad gekweld.”
“Dees vrouw zoo slecht bedeeld,
Stel ik hier tot voorbeeld
Van elken dwazen mensch
Die stelt zijn zin en wensch
Op pracht en op ’t spel, zo het meermaals gebeurd (sic)
Want dit wordt ten allen tijd afgekeurd,
En leidt ons in ’t verdriet,
Lijk ’t hier weer is geschied,
Bij dees dame Joniaux?
Zend ze naar den Congo.”
“Lijk ons Madam Ch… ! (nvdr: men kon blijkbaar de naam Joniaux niet spellen!)
Zend ze naar Monaco!
Of wel te Spa, naar ’t bad!
De schand van onze stad.”
De schande van de stad, de schande van het land! Kan je je voorstellen welk impact dit gehad moet hebben op haar stiefzoon Charles (Karel) Joniaux, een jongeman van 18 jaar, weliswaar geboren uit de schoot van een andere moeder, doch die van in zijn kleutertijd opgevangen en opgevoed werd door de vrouw die nu onderwerp was van spot en nijd en beschuldigd werd van afschuwelijke misdaden? De druk op zijn jonge schouders (en op die van zijn zussen) moet onmenselijk groot zijn geweest en een enkele keer kon ook hij zich niet inhouden en hij verhief zijn stem tijdens het proces op een moment dat hem geen vraag gesteld werd. De voorzitter van het Hof maande hem aan tot kalmte, zo niet moest hij de zaal verlaten. Dit dreigement legde hem het zwijgen op, maar in zijn binnenste barstte een vulkaan aan emoties uit…