Op 17 maart 1893 brachten Leon en Alidor Henri Joniaux de onheilstijding bij Mej. V. W. dat haar partner Jaak Vandenkerckhove diezelfde ochtend rond 11 uur overleden was. De vrederechter die bij hen was vroeg Mej. V. W. hem in het huis te vergezellen om hem de waardevolle bezittingen in het huis te tonen. Zij deed dit en de rechter legde de zegels op de deur van het bureel van Jaak, op de geldkist en op een wastafel waarin kostbaar zilverwerk opgeborgen was.
Nadat de vrederechter en zijn griffier het huis verlaten hadden, bleven Mej. V. W., een vriendin van haar, de gebroeders Joniaux en enkele van Jaaks vrienden in de eetkamer achter. En zoals te verwachten kwam op zeker ogenblik het onderwerp “testament” naar voor. Eén van de aanwezigen (wij weten niet wie) was er vast van overtuigd dat Jaak een testament had laten opmaken, gezien hij nog steeds niet wettelijk gehuwd was met zijn levensgezellin.
Advocaat Mr. Fredericq werd ontboden en Mej. V.W. overhandigde hem het testament (dat zij blijkbaar in haar bezit had). Luidop las Mr. Fredericq het officiële document voor. Hierin werd de zoon van Mej. V. W., ter uitsluiting van alle anderen, enige erfgenaam en legataris, behalve voor wat betreft de eigendom in de luciferfabriek die Jaak bezat in Servië. Dit liet hij na aan zijn zus Hortense Vandenkerckhove en aan zijn “neven en nichten”, zonen en dochters van “mijner zusters”.
Dit laatste schept enige verwarring en wij, als onderzoekers, zijn nog niet geheel zeker van de ware betekenis van deze tekst. Dat Jaak neven had, dat was ons bekend. Namelijk: Alidor Henri, Leon en Hector Joniaux, zonen van Hortense Vandenkerckhove en Henri Joniaux. Maar wanneer hij spreekt over “nichten”, dan zou dat willen zeggen dat deze gebroeders nog zussen hadden. Ook is er nog een andere mogelijkheid. In “mijner zusters” kan de eind-s een genitief s zijn (van mijn zuster) of een meervoud-s (van meerdere zusters). We zijn nergens een zus van Hortense tegen gekomen en moeten dus (voorlopig) de juiste toedracht schuldig blijven.
Hoe dan ook, de nalatenschap van de luciferfabriek die Hortense erfde, werd belast met de som van 100.000 frank, die betaald moest worden aan de algemene legataris. De “stekskesfabriek”, waar Hector Joniaux bestuurder van was, werd dus eigendom van de “Joniaux-clan”.
Om meer informatie in te winnen over de luciferfabriek namen we contact op met Dhr. Danny Robben, die gezien kan worden als een autoriteit op het gebied van de geschiedenis van de lucifers in België. Hij vond het zeer vreemd dat Belgen in Servië een “stekskesfabriek” zouden bezeten hebben. Het verhaal was hem onbekend. Toch kunnen formeel bevestigen dat het verhaal klopt en we zullen hier ten gepaste tijde nog op terug komen.
In de volgende afleveringen van onze blog gaan we echter eerst dieper ingaan op de gevolgen van Jaaks overlijden op de familie Joniaux-Ablay. Tot dan!