Het gezin Joniaux-Ablay woonde in 1892 in de Nerviërsstraat 33 te Antwerpen. De zus van Mevr. Joniaux-Ablay, Leonie Ablay,die tijdelijk bij het gezin vertoefde, was na een korte ziekte overleden. Het niet aanzienlijke bedrag van haar levensverzekering was uitgekeerd op het hoofd van Jeanne Faber, de dochter van Mevr. Joniaux-Ablay uit haar vorig huwelijk met wijlen Fréderic Faber. Door deze plotse financiële boost, kon een rijkelijk huwelijksfeest tussen Jeanne Faber en haar verloofde Oscar Mertens plaatsvinden. Het gezin Joniaux-Ablay was immers in een financiële precaire situatie verzeild geraakt door mislukte speculaties en onachtzaamheid. Nu konden echter de schulden die zij hadden bij diverse personen terugbetaald worden en er bleek zelfs geld over voor een reis van Mevr. Joniaux-Ablay (Maria Théresia Ablay) en haar 20-jarige stiefdochter Marie Marguerite Joniaux naar Italië en Monaco.
Het doel van deze reis is voor ons onbekend. Waren ze gewoon toe aan wat ontspanning na het toch wel dramatisch overlijden van zus en tante Leonie Ablay of kriebelde het gokvirus bij Maria Théresia opnieuw? Mogelijks waren ze zelfs op zoek naar een geschikte partner voor de jonge Marie Marguerite en waar zou je zo iemand beter kunnen vinden dan in het mondaine Monaco?
Opnieuw thuisgekomen werd dit mondaine leven verder gezet ten huize van de familie Joniaux-Ablay. Regelmatig kwamen jonge advocaten en ingenieurs over de vloer. De dochters Joniaux leken fel gegeerd te zijn. Hoe kon het anders? Marie Théresia, hun stiefmoeder, organiseerde uitbundige soirees met hooggeplaatste genodigden. Hiervoor bouwde ze een indrukwekkend sociaal netwerk uit met baronnen en ridders die ze imponeerde met haar extravagante juwelen. Hier en daar stelde men zich hardop de vraag waar ze het geld vandaan bleven halen. Alidor Henri had weliswaar een meer dan behoorlijke jaarwedde bij de Dienst Bruggen en Wegen, maar echt spectaculair was dit toch ook niet. Er werd zelfs gefluisterd dat in de Nerviërsstraat voor grof geld gespeeld werd, zodat men toch een dubbel gevoel kreeg bij het zien van hun weelderig leven.
Intussen werkte Alidor Henri gestadig door aan zijn carrière als hoofdingenieur 2de klas bij de Dienst Bruggen en Wegen. Hij werd zelfs gepromoveerd tot hoofdingenieur 1ste klas. Bij die gelegenheid wilde het gezin Joniaux-Ablay een feestmaal geven op 16 maart 1893 voor een aantal familieleden, waaronder Alidor Henri’s oom langs moeders zijde: Jaak Vandekerckhove. Gezien deze laatste een belangrijke rol zal spelen in de volgende gebeurtenissen raden we de lezer aan afleveringen 021 en 022 nog eens opnieuw te lezen. Jaak had al een keertje moeten passen bij een eerste uitnodiging voor dit feest, hetgeen voor het gastgezin reden genoeg was om het uit te stellen. Nu kon Jaak niet meer weigeren en ondanks het feit dat hij de avond van tevoren nog een feestje in Café du Miroir te Gent had bijgewoond met vrienden stapte hij op 16 maart 1893 samen met majoor Timmermans in Gent op de trein richting Antwerpen…