27 september 2012

Aflevering 114: De nachtmerrie



Vervolg van aflevering 113

Landbouwer Léopold Désirant werd verrast op de binnenplaats van zijn boerderij en op staande voet neergeschoten. De Katelhoeve (het laatste huis van wat nu de Martelarenstraat(!) is (Rue des Martyrs) werd in brand gestoken en de bewoners, Lucien Joniaux, 47 jaar en zijn echtgenote Caroline Neerdael, 62 jaar, werden de keel over gesneden. Onder de ogen van hun zoon werden de ontzielde lichamen in de vlammenzee geworpen. Een beetje verderop, aan de grote weg, drongen de vechtjassen binnen in het huis van Constant Bourguignon en vermoorden er Xavier Henrioulle, 40 jaar, metselaar, en Eugène Kaisin, 40 jaar, fabrieksarbeider. Acht huizen vielen ten prooi aan de vlammen.

Het groepje mannen rond de veldwachter en alle volwassen mannen die in het dorp gevonden werden, werden verzameld op het plein. Met kolf- en bajonetstoten werden ze voor het lijk van de officier geleid. Victor Léonard, 38 jaar, trachtte te ontkomen, maar werd ter plekke afgemaakt. Tot laat in de nacht, die verlicht werd door de verschillende branden, weerklonk het geschreeuw van de beulen en de kreten van de slachtoffers. Oude inwoners van Orp verzekerden dat je de echo van het gekrijs kon horen tot in het gehucht Maret. Honden huilden. Vrouwen, grijsaards en kinderen verstopten zich in doodsangst.

Het verhaal dat ondertekend is door de burgemeester uit die tijd, Dhr. Minsart, vertelt levendig en vervuld van diepe emotie de gebeurtenissen. “De Duitsers toonden een verschrikkelijk cynisme. Ze vroegen de inwoners of ze al ooit in een vliegtuig hadden gezeten. Ze lieten ze voor de gapende loop van de mitrailleur wandelen en zeiden hun dat ze weldra door de ruimte zouden vliegen. Daarna begonnen ze met hun revolver te spelen en schoten de slachtoffers letterlijk de oren van het hoofd. Tijdens dit afgrijselijke tafereel bleef een officier in het Frans uitroepen dat men iedereen moest fusilleren. Het werd zo door de wet bepaald!” En de burgemeester gaat verder: “Tenslotte lieten ze de ongelukkigen vrij, op een tiental na, waaronder de veldwachter. Ze bonden hen met de handen gekruist vast aan hun mitrailleurs en vertrokken. Sommigen konden het tempo niet volgen. Ze werden vastgebonden aan hun voeten en werden zo verder gesleept – hun hoofden botsend op de straatstenen.” 

Daar stopt het verhaal van de burgemeester. Beulen en slachtoffers waren verdwenen. Angstig bleven de inwoners in hun huizen.