Vervolg van aflevering 113
Landbouwer Léopold Désirant werd verrast op de binnenplaats van zijn boerderij en op staande voet neergeschoten. De Katelhoeve (het laatste huis van wat nu de Martelarenstraat(!) is (Rue des Martyrs) werd in brand gestoken en de bewoners, Lucien Joniaux, 47 jaar en zijn echtgenote Caroline Neerdael, 62 jaar, werden de keel over gesneden. Onder de ogen van hun zoon werden de ontzielde lichamen in de vlammenzee geworpen. Een beetje verderop, aan de grote weg, drongen de vechtjassen binnen in het huis van Constant Bourguignon en vermoorden er Xavier Henrioulle, 40 jaar, metselaar, en Eugène Kaisin, 40 jaar, fabrieksarbeider. Acht huizen vielen ten prooi aan de vlammen.
Landbouwer Léopold Désirant werd verrast op de binnenplaats van zijn boerderij en op staande voet neergeschoten. De Katelhoeve (het laatste huis van wat nu de Martelarenstraat(!) is (Rue des Martyrs) werd in brand gestoken en de bewoners, Lucien Joniaux, 47 jaar en zijn echtgenote Caroline Neerdael, 62 jaar, werden de keel over gesneden. Onder de ogen van hun zoon werden de ontzielde lichamen in de vlammenzee geworpen. Een beetje verderop, aan de grote weg, drongen de vechtjassen binnen in het huis van Constant Bourguignon en vermoorden er Xavier Henrioulle, 40 jaar, metselaar, en Eugène Kaisin, 40 jaar, fabrieksarbeider. Acht huizen vielen ten prooi aan de vlammen.
Het groepje mannen rond de veldwachter en alle volwassen
mannen die in het dorp gevonden werden, werden verzameld op het plein. Met
kolf- en bajonetstoten werden ze voor het lijk van de officier geleid. Victor
Léonard, 38 jaar, trachtte te ontkomen, maar werd ter plekke afgemaakt. Tot
laat in de nacht, die verlicht werd door de verschillende branden, weerklonk
het geschreeuw van de beulen en de kreten van de slachtoffers. Oude inwoners
van Orp verzekerden dat je de echo van het gekrijs kon horen tot in het gehucht
Maret. Honden huilden. Vrouwen, grijsaards en kinderen verstopten zich in
doodsangst.
Het verhaal dat ondertekend is door de burgemeester uit die
tijd, Dhr. Minsart, vertelt levendig en vervuld van diepe emotie de
gebeurtenissen. “De Duitsers toonden een verschrikkelijk cynisme. Ze vroegen de
inwoners of ze al ooit in een vliegtuig hadden gezeten. Ze lieten ze voor de
gapende loop van de mitrailleur wandelen en zeiden hun dat ze weldra door de
ruimte zouden vliegen. Daarna begonnen ze met hun revolver te spelen en schoten
de slachtoffers letterlijk de oren van het hoofd. Tijdens dit afgrijselijke
tafereel bleef een officier in het Frans uitroepen dat men iedereen moest
fusilleren. Het werd zo door de wet bepaald!” En de burgemeester gaat verder:
“Tenslotte lieten ze de ongelukkigen vrij, op een tiental na, waaronder de
veldwachter. Ze bonden hen met de handen gekruist vast aan hun mitrailleurs en
vertrokken. Sommigen konden het tempo niet volgen. Ze werden vastgebonden aan
hun voeten en werden zo verder gesleept – hun hoofden botsend op de
straatstenen.”
Daar stopt het verhaal van de burgemeester. Beulen en
slachtoffers waren verdwenen. Angstig bleven de inwoners in hun huizen.