17 februari 2010

Aflevering 101: Het Proces

Waarom spenderen we zoveel aandacht aan de perikelen rond Mevr. Joniaux-Ablay, een dame die weliswaar gehuwd was met een Joniaux naamgenoot, maar die biologisch gezien geen Joniaux nakomelingen heeft gehad? Is dit misschien enige vorm van sensatiezucht waaraan we niet konden weerstaan bij het redigeren van onze blog? Neen, beste lezer, helemaal niet. De commotie die deze zaak met zich meebracht had een rechtstreeks gevolg op de Joniaux familieleden van de beschuldigde in deze drievoudige moordaffaire en in het bijzonder op haar stiefzoon Charles, die later als Carlos de stamvader zou worden van zowat alle Latijns Amerikaanse Joniaux’. Het is niet alleen van groot belang deze hele affaire grondig te kennen teneinde de keuzes van deze emigrant te begrijpen, maar het laat eens te meer zien dat wij allen een product zijn van de omstandigheden waarin we wetens en willens, doch ook ongewild in verzeild geraken. Daarbij zullen wij, ook al handelt het hier over een gerechtszaak, erover waken helemaal geen recht te spreken, doch zoveel mogelijk als observator descriptief de historie te verhalen, wars van alle persoonlijke (voor-)oordelen.

Negen maanden na de aanhouding van Mevr. Joniaux-Ablay, op maandag 7 januari 1895,
ging het assisenproces tegen haar van start in het gerechtsgebouw te Antwerpen, de stad waar ze glorietijden had gekend, maar die haar nu leek uit te spuwen als was ze een brok onverteerbaar voedsel. Je kon in geen kroeg komen (en die waren er bij de vleet in deze grote havenstad), of er werd over de zaak gedebatteerd en het was duidelijk dat het gewone volk, opgehitst door sommige kranten, reeds op voorhand een oordeel had geveld.

Om jullie als lezer van op de eerste rij deze gerechtszaak te laten volgen, bespreken we hier in het kort de protagonisten. De beschuldigde, haar naaste familie, onderzoeksrechter Hayoit en beide advocaten van de verdediging kenden we reeds uit de vorige afleveringen.

Een assisenzaak wordt begeleid door 3 rechters. Als voorzitter voor deze zaak werd Mr. Holvoet aangesteld. Een mogelijks niet onbelangrijk detail betreffende deze magistraat is het feit dat hij in 1858 de eed aflegde samen met zijn collega en vriend Bernays, de man die, zoals we vorige aflevering vermeldden, in 1882 vermoord werd door de gebroeders Peltzer, die, oh ironie, tijdens hun gerechtszaak verdedigd werden door… Mr. Graux, die hier opnieuw als verdediger in een moordzaak voor het hof verschijnt. Om een zo onpartijdig mogelijk verloop van het proces te krijgen werd en wordt een voorzitter van het assisenhof bijgestaan door 2 rechters, in dit geval Mr. Moureau en Mr. Op de Beeck. Mr. Moureau had men enkele jaren voordien aan het werk gezien als voorzitter van het hof in het proces dat gehouden werd na de ramp van Corvilain in 1889 waarbij tijdens een reeks explosies in een Antwerpse munitiefabriek 95 mensen het leven lieten.

Als griffier werd Dhr. Nolis aangesteld. De rol van openbare aanklager werd vertolkt door de 38-jarige Mr. Servais, die geroemd werd omwille van zijn redenaarstalent. Bijgevoegd vindt een overzicht van de gerechtszaal en een pagina uit L’illustration van die tijd.

1 Mr. Holvoet,voorzitter van het hof
2 en 3 Mr Moureau en Mr. Op de Beeck, rechters
4 Dhr. Nolis, griffier
5 Mr. Servais, openbare aanklager
6 jury
7 getuigen
8 Mr. Graux en Mr. Hendrickx, advocaten van de verdediging
9 Mevr. Joniaux-Ablay, beschuldigde
10 rijkswachters
11 geschreven pers
12 leden van de balie
13 publiek
14 kachel (niet onbelangrijk, het was winter)


En zo gebeurde het dat op die maandag 7 januari 1895 griffier Nolis het proces opende met het voorlezen van de beschuldigingakte:

“De Procureur-Generaal bij het Beroepshof van Brussel verklaart dat het Hof bij besluit van drij september achtienhonderdvierennegentig, heeft voor het Assisenhof der provincie Antwerpen verzonden Ablay, Maria Theresia Josefa, echtgenote Joniaux, Alidor Hendrik, geboren te Mechelen, op 15 october 1844, zonder beroep, woonachtig te Antwerpen, in hechtenis, beticht van de misdaad voorzien door artikels 392, 393 en 397 van het Strafwetboek.

Bijgevolg heeft ondergetekende Procureur-Generaal huidige beschuldigingact opgesteld, door welken hij zegt dat, uit de stukken van het proces, de volgende feiten en bijzonderheden blijken:…”